Wanneer moet er in het Nederlands voor een naam van een taal een lidwoord staan?

Is het: ''in Latijn, Spaans en Frans is het niet zo'' of ''in het Latijn, (het) Spaans en in (het) Frans is het niet zo'' ?
Wat voor een taal is het Nederlands?/Wat voor een taal is Nederlands?

Wanneer moeten er nou lidwoorden voor een naam van een taal in het Nederlands?

Weet jij het antwoord?

/2500

Ik meen dat er altijd een lidwoord voor een taal moet staan, in de spreektaal is het een beetje verdwenen, maar met lidwoord is volgens mij correct.

Goeie vraag! Even logisch denken: bij een opsomming van woorden met hetzelfde lidwoord kun je volstaan met het gebruik van 1 lidwoord: Zet jij de tafel, stoelen en borden even in de tuin? In plaats van: Zet jij de tafel, de stoelen en de borden even in de tuin? Zo ook dus je eerste voorbeeld: In het Latijn, Spaans en Frans is dat niet zo. Wanneer gebruik je nu geen lidwoord? Bijvoorbeeld als je het aanduidt als vak op school: In welk lokaal is de biologieles? Of: In welk lokaal heb jij biologie? Door de toevoeging les komt 'de' ervoor maar bij het tweede voorbeeld doe je dat niet. Dus dat kan ook met een taal: In welk lokaal heb jij Nederlands? In principe dus altijd een lidwoord tenzij je het niet over de taal hebt maar bijvoorbeeld over een vak zonder toevoeging zoals in 'De Nederlandse les'.

Talen zijn zelfstandige naamwoorden en er geldt om principe eenzelfde gebruik van lidwoorden voor als bij andere (doorsnee) zelfstandige naamwoorden. Toch is er een uitzondering bij talen. Je kunt zeggen: "Nederlands is een mooie taal" en "Het Nederlands is een mooie taal" Vergelijk dit met het volgende: "Een huis is een mooi gebouw" Dit kan niet: "Huis is een mooi gebouw" Toch zijn er ook andere begrippen die zonder lidwoord worden gebruikt: "Maas en rijn stromen door Nederland" En dit klinkt dan weer niet: "Maas stroomt door Nederland" Ik vond verder twee redenen voor deze uitzondering: 1) Het lidwoord wordt regelmatig weggelaten bij uitdrukkingen waar sprake is van iets minder vastomlijnde begrippen (geschiedenis van de Nederlandse syntaxis) 2) Talen zijn vaak zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoorden (dit is een citaat in mijn tweede bron, afkomstig van de Taalunie) Zelf bedacht ik nog, dat je een taal niet onbepaald kunt gebruiken; Je kunt niet zeggen: "Een Nederlands, een Duits, een Engels" Je ziet overigens ook bij andere verzelfstandigde bijvoeglijk naamwoorden hetzelfde gebeuren: "Rood is een mooie kleur" (de rode kleur) "Het gebruikte rood in dit schilderij is werkelijk prachtig"

Dit weglaten kan alleen bij een bepaalde categorie 'het'woorden. Deze categorie ; Namen van talen (in ruime zin) het Chinees, het Nederlands, het Spaans, het Gents, het slang, het basic. Je zegt bijv. ook; Ik vind Spaans erg lastig. Frans en Engels zijn mijn favoriete vakken. Namen van sporten en spelen; het bridge, het voetbal, het scrabble. Je zegt bijv. ook; 'ik houd van voetbal'. Ik ga een potje scrabbelen. Bridge en golf zijn leuke sporten. Namen van metalen; het goud, het zilver, het ijzer. Je zegt bijv. ook; de morgenstond heeft goud in de mond. spreken is zilver, zwijgen is goud. Goud en zilver zijn edelmetalen. Ijzer kan roesten. Het wordt anders als je het moet vervangen door de, dus als het in een bijvoeglijk naamwoord veranderd bijv. De Nederlandse les, de gouden ring, het ijzeren voorwerp, de voetballende jongen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100