Waar komt het woord "gewei" vandaan?

Als in het "gewei" van een hert.

Weet jij het antwoord?

/2500

Daar zijn meerdere theorieën over, maar het komt van het 16e eeuwse Duitse "Geweih". En dat komt waarschijnlijk van: "wī(a)" met betekenis ‘twijg’; of van "twy", met als betekenis twist. De verklaring dat het van "wigan", met als betekenins strijden komt is waarschijnlijk volksetymologie.

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/gewei1

gewei: getakte horens van herten gewei, gewij [1800; Swaen 1932]. Eerder wel al als vnnl. g(h)etwy, ghetwij ‘gewei’ [1592; Swaen 1932]. Ontleend aan Duits Geweih ‘id.’ [eind 16e eeuw], ontwikkeld uit gewīge en gewih, eerst alleen in samenstellingen als hirzgewīh ‘hertengewei’ [13e eeuw; Pfeifer]. Dit is een afleiding met het Duitse collectiefvoorvoegsel → ge- (sub c), maar het grondwoord is niet geattesteerd en de oorsprong ervan is dan ook onzeker. Men veronderstelt dat de g/h in de Middelhoogduitse vormen secundair is (zoals er ook bijv. mhd. eiger = eier ‘eieren’ en meige ‘mei’) en dat uitgegaan moet worden van Oudhoogduits *wī(a) met betekenis ‘twijg’, zodat men gewei als oorspr. ‘getwijgte’ kan interpreteren. Steun voor deze aanname wordt gevonden in een Middelnederduitse vorm hertestwīch ‘hertengewei’, letterlijk ‘herten-twijg’. Het hierboven genoemde vnnl. getwy is hierbij misschien ontstaan door associatie met mnl. twy, twi ‘geschil, twist’: het gewei is datgene waarmee een hert geschillen uitvecht. Een alternatieve verklaring verbindt mhd. gewīge met het werkwoord pgm. *wigan- ‘strijden’, zie → weigeren. Onduidelijk is de relatie met verouderd nhd. Gewicht ‘gewei’; wrsch. is daar sprake van volksetymologie. Verwant met ohd. *wī(a) kunnen zijn: Sanskrit vayā́ ‘twijg’ en Oudkerslavisch věja ‘id.’ (IEW 1122). Nederlandse dateringen van voor 1733 (door Swaen 1932, en dientengevolge Toll., EDale en Van der Sijs 2001) berusten op een misverstand. In de betreffende bronnen komen inderdaad de woorden ghewey, gewyde en spellingvarianten voor, maar de betekenis is dan steeds ‘de onderbuiksingewanden’. Dat is al een oud woord: mnl. geweide [1300-25; MNW-R], een afleiding (evenals Duits (Ein)geweide) van pgm. *wei- ‘winden, draaien’, verwant met Latijn vīscera ‘ingewanden’, zie ook → ingewanden. In een Frans-Nederlands woordenboek uit 1592 van Mellema, waarin talrijke termen en uitdrukkingen uit de jacht voorkomen, heet een ‘gewei’ steeds getwy (met spellingvarianten), maar ook in die bron betekent het eenmaal voorkomende ghewey ‘ingewanden’, namelijk in den hert verduymt syn ghewey als vertaling van le cerf fait son ronge ‘het hert herkauwt’, waarin duymen = ‘smullen’. Een andere term uit de 17e en 18e eeuw is gewicht (< Duits, zie boven) en soms ook kroon. Gewei komt in 1762 ook bij Houttuyn voor, maar lijkt pas in de 19e eeuw meer bekendheid te krijgen. Lit.: A.E.H. Swaen (1932), ‘Getwij, gewei, gewicht’, in: Neophilologus 17, 126-131

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100