Hen of hun?

Ik worstel af en toe met het gebruik van hen of hun.

Is het bijvoorbeeld:

De eer komt hen toe.
en
De eer is aan hun.

Of juist:

De eer komt hun toe.
en
De eer is aan hen.

Of nog een andere variant...?

Ik ben gewend vaak het woord hen te gebruiken, maar mijn taalcorrector wijzigt dat dan vaak in hun. Dat komt naar mijn gevoel erg plat over. Wat zijn precies de regels?

Toegevoegd na 25 minuten:
En is het dan bijvoorbeeld:

om hun hun zin te geven of
om hen hun zin te geven... ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hun = bezittelijk. Bijv. Dit is hun boek, hun huis e.d. Hun is een meewerkend voorwerp: Ik geef hun de sleutels. Hun ook altijd gebruiken als je het kunt vervangen door een voorzetsel +(het woordje) hen. Bijv.: ik geef hun een boek. (ik geef een boek aan hen) Hen gebruik je na een voorzetsel. Bijv.: Ik doe het voor hen. Verder is hen ook lijdend voorwerp in de zin.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/hunhen.php

Gebruik hen in de volgende gevallen: Na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: 'Ik geef het boek aan hen'; 'Ik deed het voor hen'; 'Zijn houding jegens hen'; 'Hoe gaat het met hen?'; 'Hij blijft altijd bij hen.' Als lijdend voorwerp. Bijvoorbeeld: 'Ik bekijk hen'; 'Hij ontslaat hen'; 'Zij mijdt hen.' Gebruik hun in de volgende gevallen: Om bezit uit te drukken: 'Hun auto is stuk.' Als hun vervangbaar is door een voorzetsel(groep) (aan, voor, bij, volgens, met betrekking tot, ten aanzien van enz.) + hen. Het is dan een indirect object (een meewerkend, belanghebbend of ondervindend voorwerp). Voorbeelden: Ik geef hun het boek (hun is vervangbaar door aan hen) Hij schonk hun een borrel in (hun is vervangbaar door voor hen) Hij rookt hun te veel (hun is vervangbaar door volgens hen) De Noordkaap is hun te ver (hun is vervangbaar door voor hen) De tranen stonden/sprongen hun in de ogen (hun is vervangbaar door bij hen) Lukt het u niet om met deze vuistregels uw twijfel op te lossen, gebruik dan ze: in niet al te formele teksten is dit vaak prima bruikbaar als alternatief voor hen én hun: 'Ik geef ze (hun) het boek', 'Laat ze (hen) maar praten.'

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/hunhen.php

Mij is altijd geleerd dat HUN alleen voorkomt bij bezittelijke voornaamwoorden, als in hun auto, hun boek. Tenzij er een voorzetsel bij gebruikt wordt: Het boek is van hen. Hun en hen wordt vaak verkeerd gebruikt, maar ik vind dit minder storend dan het verwisselen van hun en zij. Hun hebben dit en dat.... vreselijk: ZIJ hebben dit en dat...

hen is persoonlijk bedoeld... hun is bezittelijk bedoeld...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100