Waarom komt er achter het werkwoord 'mogen' in de 2e en 3e persoon enkelvoud geen 't'achter?

Voor zover ik weet, komt er bij ieder ander werkwoord in de tegenwoordige tijd in de 2e en 3e persoon enkelvoud, een 't' achter. Dus: hij/zij/het/jij fietst/loopt/zwemt/kunt/slaapt, etc.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

'Mogen ' is een hulpwerkwoord. Het is dus niet zelfstandig maar hoort bij het werkwoordelijk gezegde. Er zijn drie soorten hulpwerkwoorden; 1) hulpww. van tijd; hebben, zijn, zullen 2) hulpww. van de lijdende vorm;worden, zijn 3) hulpww. van modaliteit; willen, mogen, moeten, kunnen. Bij de hulpwerkwoorden kan geen stam +t geplaatst worden, dat kan alleen bij een zelfstandig werkwoord. De hulpwerkwoorden kan je nl. niet zelfstandig gebruiken want het hoort bij een ander werkwoord. Als ergens staat; hij zal, of zij moet zonder zelfstandig ww. dan denk je ; 'wat zal hij of wat moet zij"? Vandaar heet het hulpwerkwoord. Toegevoegd na 20 minuten: Dit zijn ook onregelmatige werkwoorden en die worden in de tegenwoordige tijd op een andere manier vervoegd dan sterke of zwakke werwoorden. Soms wisselt de klinker en soms ontbreekt de 't' in de stam bij de 2e-en 3e persoon. Het persoonlijk vnw. 'u' was altijd een 3e persoon,maar wordt nu veel met de 2e persoon gebruikt. Dus niet meer 'u heeft' maar 'u hebt'. Dit verschijnsel is alleen bij onregelmatige ww. te zien. Staat 'u' achter de persoonsvorm, dan vervalt de 't' weer niet. Ondanks 'heb jij' is het dus niet 'heb u' maar 'hebt u'. Trouwens; Vroeger werd er ook 'moogt' gebruikt in de 2e persoon (ge, gij) Dit is met de taalvernieuwing verdwenen.

Het is nu eenmaal een onregelmatig werkwoord, net als 'willen' en vele anderen.

mogen is een onregelmatig werkwoord. kijk naar het frans daar zijn er ook veel onregelmatige werkwoorden. als devoir fair ...

Bij de werkwoorden mogen, kunnen en zullen is de tegenwoordige tijd ontstaan vanuit een sterke verledentijdsvorm. Bij de meeste sterke werkwoorden kwam vroeger in de enkelvoudsvormen van de verleden tijd een andere klinker voor dan in het meervoud. Zo was het hi bant - si bonden (nu: hij bond - zij bonden). Toen de verledentijdsvormen mag/kan/zal in de loop der tijd de functie van tegenwoordige tijd gingen vervullen, behielden deze enkelvoudsvormen hun a: hij mag/kan/zal. En ze behielden nóg een kenmerk van de verleden tijd bij sterke werkwoorden: er kwam geen t-uitgang achter. (Het is bijvoorbeeld ook hij viel, zij sliep en zij stak, zonder t.)

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/hijmag.php

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100