Welk gedicht is je altijd bijgebleven?

Ik vraag niet naar het gedicht dat je het meest ontroerde, of het meest lyrische gedicht. Om de één of andere reden kan je sommige verzen of liedjesteksten jaren na datum nog vlekkeloos reciteren.

Weet jij het antwoord?

/2500

van Herman Finkers: Het moeilijkste bij dichten, Ik vertel u geen geheim, Dat is toch wel het vinden Van het juiste rijmwoord We zaten hand in hand Op het terras van een restaurant-cafe Dat rijmt wel iets Maar dat hoeft ook niet perse Het is mooier als het wel rijmt. Voorbeeld: Ik hou van jou, ik blijf je trouw Origineel is het niet, maar het rijmt als een tiet.

sinterklaas kapoentje gooi wat in me schoentje gooi wat in me laarsje dank u sinterklaasje

Rozen verwelken Schepen vergaan Maar mijn liefde voor jou, blijft altijd bestaan

Geef me je hand, geef me ze allebei en zeg me dan heel even... dat je niet kunt leven zonder mij.

bloemen verwelken, titanics vergaan, maar mijn liefde voor pasta blijft altijd bestaan. Een lyric die me is bijgebleven omdat die compleet verkeerd toegepast werd en ook nog eens compleet verkeerd werd verteld.

Roses are red, violets are blue I'll hang myself So f*ck you (uit een songtekst van NoMeansNo->Dead Bob)

"Ik zal mijn vrienden niet vergeten, wat wie mijn lief is, blijft me lief .... Ik zal ze heus wel weer ontmoeten, misschien vandaag, misschien over een jaar, Ik zal ze kussen en begroeten, komt vanzelf weer voor elkaar" Ramses Shaffy, Laat Me/Vivre

Niet echt een gedicht, maar voor mij een mooie tekst. Robert Long: Het maakt me niet uit als ik dood ben gegaan, of er een kruis of een steen komt te staan en of ze achter me aan naar het graf zullen sjouwen Maar als je een steen nodig vind en als je 'n grafschrift verzind zoek dan een tekst die men altijd graag leest van dat de tijd alle wonden geneest, of dat ik altijd opzoek ben geweest, maar een zin die moet je onthouden, Zet alsjeblieft op m'n steen, iemand in elke geval een heeft er van hem gehouden.

Willem Elsschot: Het Huwelijk Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven, haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt. Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren, hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard. Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen. Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen, en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond. Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand. Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen en rennen door het vuur en door het water plassen tot bij een ander lief in enig ander land. Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot en zagen dat de man die zij hun vader heetten, bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten, een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

Bronnen:
http://www.let.rug.nl/vannoord/huwelijk.html

When I have fears that I may cease to be Before my pen had gleaned my teeming brain Before high-piled books, in charac'try Hold like garners the full-ripened grain When I behold upon the night's starred face Huge cloudy symbols of a high romance And think that I may never live to trace Their shadows, with the magic hand of trance And when I feel, fair creature of an hour That I shall never look upon thee more, Never have relish in the fairy power Unreflecting love, then on the shore Of the wide world I stand alone and think 'Till love and fame to nothingness do sink. (Keats) 't Is uit het hoofd, dus geen garantie op de spelling.

Ik denk dat hét gedicht dat gewoon *iedereen* kent (en dus ook bij zal blijven) dat van rozen verwelken, schepen vergaan is...

Vis mot zwemmen zei zatte Chiel toen ie met z'n haringkar in de haven viel. John O'Mill

'Wat wil je worden?' vroeg de juf Het was in de derde klas Ik keek haar aan en wist het niet Ik dacht dat ik al iets was... Toon Hermans

Het gedicht gedicht "Aan een klein meisje" van Annie M.G. Schmidt las ik voor het eerst toen ik ergens tussen kind en jong volwassene zweefde. Ik snapte het toen nog niet helemaal, maar wist instinctief dat het voor mij geschreven was. Ik ben het nooit vergeten! Dit is het land waar grote mensen wonen Je hoeft er nog niet in: het is er boos Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen en altijd is er weer wat anders loos. En in dit land zijn alle avonturen hetzelfde van een man en van een vrouw En achter elke muur zijn andere muren en nooit een eenhoorn en een bietebauw. En alle dingen hebben hier twee kanten en alle teddyberen zijn hier dood En boze stukken staan in boze kranten en dat doen boze mannen voor hun brood Een bos is hier alleen maar een boel bomen en de soldaten zijn niet meer van tin Dit is het land waar grote mensen wonen Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

Eentje van Annie M.G. Smidt, een leuke, die ook wel toepasselijk is voor deze site. Er was eens een regenworm in Sneek Die altijd naar de sterren keek En fluisterde: 'Hoe schoon, hoe schoon!' Zijn moeder zei: 'Doe toch gewoon. Kijk naar beneden, naar de grond, Dat is normaal, dat is gezond. Kijk naar beneden, zoals ik ...' En toen, toen kwam de leeuwerik! Het wormpje dat naar boven staarde, Zag 'm op tijd en kroop in d'aarde. Maar moe die naar beneden keek, Werd opgegeten, daar in Sneek ... Dus doe nooit wat je moeder zegt, Dan komt het allemaal terecht!

Hier zit ik voor de bank, me stierlijk te vervelen, was ik maar twee hondjes, dan kon ik samen spelen... Ik zie zelfs nog de tekening voor me die het meisje erbij getekend had in de lagere school...

In't groene dal In't stille dal Waar kleine bloempjes bloeien Daar ruischt een heldere waterval Zijn droppels spatten overal Om 't kleinste bloempje te besproeien Ook 't kleinste Om 't kleinste bloempje te bepsroeien Ook kleinste Althans, zo herinner ik het me. Ik zal zo eens googlen om te zien of het echt zo gaat :-) Dat liedje vertederde me toen ik nog een heel klein meisje was en het is nooit meer uit mijn hart geweest. Met enige regelmaat neurie ik het, of zing ik het al dan niet met geluid.

SOCIAL CLIMBING van Riekus Waskowsky Ik las laatst dat arbeiders in hun ondergoed slapen de burgers in pyjama en hoger slaapt men naakt. Ik wil vooruit - daarom slaap ik nu voortaan naakt! Maar ja ... kan ik nu eigenlijk nog wel in de wasbak pissen?

Ik weet niet van wie het is, maar deze is een jaar of 13 geleden behandeld bij literatuurgeschiedenis: Hier ligt Poot, Hij is dood.

Jonge sla (rutger kopland)

Dat kan er natuurlijk maar éen zijn: De tuinman en de dood Een Perzisch Edelman: Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik! Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood. Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand. Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" - Van middag (lang reeds was hij heengespoed) Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet. "Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, "Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?" Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast, Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan." P.N. van Eyck

J'aime deux choses toi et les roses les roses pour le jour et toi pour toujours

Herman Finkers: Elfstedentocht Steeds weer als er vorst is Denkt de Fries: vorst En controleert het water Op de dikte van de korst Koorts in elf steden Kan de tocht gereden? Het antwoord komt vanzelf Van de raad van elf De Elfstedentocht, zo verknocht aan Beerenburg, Beerenburg Opa Nauta heeft De tocht ooit eens gemaakt In alleen een onderbroek En verder poedelnaakt Ben speciaal vertrokken, kleumde hij Want ik ben al oud In een lange onderbroek en Nog heb ik het koud De Elfstedentocht, in de bocht met Beerenburg, Beerenburg Tjibbe, Sjoerd en Wibbe Die zouden het wel rooien Tjibbe, Sjoerd en Wibbe Die zaten mooi te klooien Zijn in een wak gereden Volledig overleden Zo heb je 't over Friezen Zo heb je 't over dooien De Elfstedentocht, in de bocht met Beerenburg, Beerenburg Over dooi gesproken: In Wereldoorlog II Werd hij vaak verreden Het weer zat vrees'lijk mee Een koude oorlog, dat is waar Drie schaatsers vroren dood Was toen niet zo'n bezwaar Het ging van de grote hoop De Elfstedentocht, o wat bocht is Beerenburg

Marietje had rozijnen en Jan had niemandal. Jan zou zo graag eens proeven, maar zus zei: "ben je mal!" Toen zei heel slim ons Jantje: "We spelen haantje pik. Jij strooit voor mij rozijntjes, en 't haantje dat ben ik." Dat vond Marietje prachtig. Ze strooide keer op keer, maar toen het op was zei ze: "Nu heb ik geen rozijntjes meer".

Ik kon niet zeggen wat ik voelde. Ik heb het ook niet uitgelegd. Maar toch wist jij wat ik bedoelde de stilte had het al gezegd. Een stukje uit een gedicht van Toon Hermans

Dank u voor deze nieuwe morgen Dank u voor deze nieuwe dag Dank u dat ik met al mijn zorgen Bij u komen mag (zongen we in de klas toen ik een broekie was, een jaar of veertig geleden.)

Niets is zo charmant als een spreuk aan de wand

As every flower fades and as all youth Departs, so life at every stage, So every virtue, so our grasp of truth, Blooms in its day and may not last forever. Since life may summon us at every age Be ready, heart, for parting, new endeavor, Be ready bravely and without remorse To find new light that old ties cannot give. In all beginnings dwells a magic force For guarding us and helping us to live. Serenely let us move to distant places And let no sentiments of home detain us. The Cosmic Spirit seeks not to restrain us But lifts us stage by stage to wider spaces. If we accept a home of our own making, Familiar habit makes for indolence. We must prepare for parting and leave-taking Or else remain the slave of permamence. Even the hour of our death may send Us speeding on to fresh and newer spaces, And life may summon us to newer races. So be it, heart: bid farewell without end. Herman Hesse

As every flower fades and as all youth Departs, so life at every stage, So every virtue, so our grasp of truth, Blooms in its day and may not last forever. Since life may summon us at every age Be ready, heart, for parting, new endeavor, Be ready bravely and without remorse To find new light that old ties cannot give. In all beginnings dwells a magic force For guarding us and helping us to live. Serenely let us move to distant places And let no sentiments of home detain us. The Cosmic Spirit seeks not to restrain us But lifts us stage by stage to wider spaces. If we accept a home of our own making, Familiar habit makes for indolence. We must prepare for parting and leave-taking Or else remain the slave of permamence. Even the hour of our death may send Us speeding on to fresh and newer spaces, And life may summon us to newer races. So be it, heart: bid farewell without end. Herman Hesse

Het gedicht 'Moederken' van de Vlaamse dichter Guido Gezelle (1830 - 1899) 't En is van u hiernederwaard, geschilderd of geschreven, mij, moederken, geen beeltenis, geen beeld van u gebleven. Geen teekening, geen lichtdrukmaal, geen beitelwerk van steene, 't en zij dat beeld in mij, dat gij gelaten hebt alleene. O moge ik, u onweerdig, nooit die beeltenis bederven, maar eerzaam laat ze leven in mij, eerzaam in mij sterven. (lichtdrukmaal = foto)

Bluebird there's a bluebird in my heart that wants to get out but I'm too tough for him, I say, stay in there, I'm not going to let anybody see you. Charles Bukowski

Ik ken heel veel mooie gedichten, maar deze is nu met dit mooie weer wel heel toepasselijk: Het gaat goed Het gaat goed, het gaat zijn gang. De eerste eenden zijn al uit het ei. Er zijn ook hele gekke bij, gevlekte. Honden lopen narcissen van de stelen. Jongetje komt, raapt ze op, bij bossen. Betrapt, zegt hij verlegen, verbazing- wekkend snel: dit is geen stelen ik neem alleen de losse. Kan het niet vaker zo raar voorjaars- achtig, wordend warmer, voller, wordend groener zijn? Ja het kan vaker. Het is al veel vaker dan vroeger. Judith Herzberg

Ga nooit heen zonder te groeten ga nooit heen zonder een zoen Wie het noodlot zal ontmoeten kan het morgen niet meer doen Ga nooit heen zonder te praten dat doet soms een hart zo'n pijn Wat je 's morgens hebt verlaten kan er 's avonds niet meer zijn Toon Hermans Ooit een keer gelezen en ik raak het nooit meer kwijt. Sterker nog ik probeer ernaar te leven omdat de tekst zoooo waar is.

Jantje zag eens pruimen hangen, als appelen zo groot. De tuinman zag zijn bolle wangen. Sloeg de vuile gapper dood

Jantje zag eens pruimen hangen, als appelen zo groot. De tuinman zag zijn bolle wangen. Sloeg de vuile gapper dood

Een van de versjes of gedichten die me het meest bij is gebleven is geschreven door uitgerekend Youp van 't Hek (ben niet zo'n fan van hem vandaar dat "uitgerekend"). Het komt uit zijn theatershow "Ergens in de verte" uit 1994 en is bij mijn weten titelloos. Het aanstekende refrein: Altijd, altijd ben ik elders Altijd verlangen in mijn kop Op zolders wil ik steeds naar kelders En in kelders juist weer hogerop

Voor mij is het een songtekst die ik al ergens anders een stukje geciteerd heb, nl. A World Alone van Saviour Machine (die band heeft sowieso goede teksten trouwens)... Love leaves the soul Blood feed the man who stands Alone in the grasp of the hands That fornicate the land That emulate the past To infiltrate a man to tear his brother's flesh Then drink his blood as we confess Unto the crimes, we lay at rest We lay at rest Rest upon the hand, rest upon the fortress Hold me in your arms, hold on to the dreams And the cry to wipe away the tears In a world that takes away the seeds And takes away another To fill its evil needs In a world that takes away the dreams When dreams deceive a man, insanity proceeds In a world that's drowning in its lies Which persecute his brother For the color of his eyes In a world that radiates the skies Intoxicates the oceans So watch it as it dies, Alone No one is home, now one will answer the call The cry, hear the cry Comprehend the nature of your soul The horrors of a child that slips into the night Surrenders to the fight to find his senses won't reply Unto the evidence he finds along the way He dies along the way My world has no more meaning I've not much more to take Hold me in your arms, hold on to the dream And the cry to wipe away the tears In a world that takes away the seeds And takes away another To fill its evil needs In a world that takes away the dreams When dreams deceive a man, insanity proceeds In a world that's drowning in its lies Which persecute his brother For the color of his eyes In a world that radiates the skies Intoxicates the oceans So watch it as it dies, Alone

ik ben ik jij ben jij jij en ik ik en jij ik blij jij blij samen blij

Voor een dag van morgen Wanneer ik morgen doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield. Vertel het aan de wind, die in de bomen klimt of uit de takken valt, hoeveel ik van je hield. Vertel het aan een kind, dat jong genoeg is om het te begrijpen. Vertel het aan een dier, misschien alleen door het aan te kijken. Vertel het aan de huizen van steen, vertel het aan de stad, hoe lief ik je had. Maar zeg het aan geen mens. Ze zouden je niet geloven. Ze zouden niet willen geloven dat alleen maar een man alleen maar een vrouw dat een mens een mens zo liefhad als ik jou. Hans Andreus

Het gedicht 'deur' van Drs. P, ik had het op mijn literatuurlijst staan. "Deur" Open Dicht

Geef me je hand, geef me ze allebei en vertel me dan heel even dat je niet kunt leven zonder mij.

Hans Lodeizen of Hans Andreus en het begint met : Ik vin je zo lief zo licht en zo lief

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100