hoe anders klonk nederlands vroeger , zeg maar 1700 en zou iemand van nu nog wel een gesprek met iemand van toen kunnen voeren ?

ik heb het over GESPROKEN taal , want het schrift kom je nog wel uit.
maar zou ik een nederlander van toen nog wel begrijpen of zou het als duits klinken ?
bijvoorbeeld vondels werk vind ik denk al behoorlijk vreeemd als het orgineel zou worden voorgedragen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

ai en au werden in het Oudnederlands lange monoftongen ē en ō. Voorbeelden: hēm, slōt. In het Oudnederlands verdwijnt de h-klank in het begin van een woord in de loop van de 9e eeuw. Bijvoorbeeld staat het Oudnederlandse ringis ("ring", genitief) tegenover Oudnederduits en Oudengels hring. In de Wachtendonckse Psalmen vallen in de onbeklemtoonde lettergrepen de klinkers e en i samen, net als o en u. Dit leidt tot varianten zoals dagi en dage ("dag", datief enkelvoud) en tot varianten zoals tungon en tungun ("tong" of "taal", genitief, datief, accusatief enkelvoud en nominatief, datief, accusatief meervoud). Vanaf de 11e eeuw zijn de onbeklemtoonde klinkers waarschijnlijk gereduceerd tot een sjwa ([ə]?). Deze klank wordt niet alleen e maar ook a gespeld. Het Oudnederlandse had al het verschijnsel eindklankverscherping ondergaan. Dit betekent dat stemhebbende medeklinkers aan het einde van een woord stemloos worden.Voorbeelden: uuort ("woord", nominatief) tegenover uuordes (genitief) gif ("geef!", gebiedende wijs) tegenover geuon ("geven", infinitief) uueh ("weg", accusatief) tegenover uuege ("weg", datief). Kijk anders even op deze site http://nl.wikipedia.org/wiki/Oudnederlands#Klankontwikkeling

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Oudnederlands...

Er is een tijd geleden een documentaire geweest waarin een gesprek was gereconstrueerd van enkele honderden tot duizend jaar geleden. Enkele honderden, dus rond 1700 was, met wat moeite nog wel te begrijpen, maar hoe verder terug hoe moeilijker, en onverstaanbaar zelfs. Ik ken de titel niet meer, als ik het me herinner maak ik wel een toevoeging hier

Als je een beetje taalgevoel hebt, zou je een Nederlander van toen wel begrijpen, maar andersom lijkt het me een stuk moeilijker. Ons taalgebruik is zoveel sneller en er zijn zoveel woorden bijgekomen die hij helemaal niet kent. Hij zou met verbazing naar je kijken, zo van: wat voor taal spreek jij nou?

Pakweg honderd jaar geleden kon een Limburger geen gesprek voeren met een Groninger. Ze verstonden elkaar eenvoudigweg niet. Pas aan het einde van de negentiende eeuw werd de term ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) geïntroduceerd. Sinds de jaren dertig van deze eeuw spreken steeds meer mensen eenzelfde standaardtaal, een taal gespeend van regionale invloeden.

Bronnen:
http://www.ru.nl/vox/archief/zoek_op_numme...

In de 18e eeuw vertoonde de uitspraak van het Nederlands veel variatie. De spreektaal was nog sterk dialectisch gekleurd. Niettemin vallen er algemene klankontwikkelingen op die zich in vergelijking met het Middelnederlands hebben voorgedaan. Het zou nog lang duren voor er een gesproken standaardtaal kwam. de spreektaal de onbeklemtoonde uitgangen afgesleten en van het Middelnederlandse naamvalsysteem was niet veel meer over. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de vertrouwelijke aanspreekvorm du aan de ene kant, en de beleefde vorm en tevens meervoudsvorm ghi. Tegen de 17e eeuw werd de vorm du als verouderd aangevoeld en werd de vorm 'ghij' meer gebruikt. Na de 17e eeuw ontstaan de nieuwe aanspreekvormen uwé (uit Uwe Edelheid) en jijlui (uit gijlieden). Door de reductie van de naamvallen werd de positie van de woorden in de zin belangrijker om hun functie aan te duiden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100