Hoe zit het met borstvoeding en borstkanker opsporen na een borstvergroting?

Weet jij het antwoord?

/2500

Opsporen van borstkanker is geen probleem. Men kan op een röntgenfoto heus wel het verschil zien tussen die silconenprop en je natuurlijk weefsel. Borstvoeding hangt af van hoe de operatie is gedaan. Bij een borstvergroting wordt er een zoutwater- of een siliconenprothese onder de borstklier of achter de borstspier geplaatst. Er wordt daarvoor een snee gezet onder je borstplooi, in je oksel of ter hoogte van de tepelhof. Bij een snee onder de borstplooi of in je oksel wordt de prothese direct achter het klierweefsel geplaatst. De melkkanaaltjes en belangrijkste zenuwen zullen dus waarschijnlijk niet doorgesneden worden. Maar als er een snee gezet is ter hoogte van je tepel of tepelhof, dan is de kans groot dat er wel melkgangen geraakt zijn en dan kunnen dus ook een aantal melkkanaaltjes beschadigd zijn. De kans dat je dan voldoende melk voor je baby kunt produceren wordt dan echt een stuk kleiner.

Er zijn een aantal verschillende technieken voor het inbrengen van het borstimplantaat. Meestal wordt er een techniek gebruikt waarbij er een snee aan de onderkant van de borst, of bij de oksel gemaakt wordt. Via deze techniek is het mogelijk om het implantaat direct onder het klierweefsel of onder de borstspier in te brengen. Op deze manier blijft het klierweefsel en de afvoergangen ongemoeid en is de kans op problemen bij de borstvoeding gering. Helaas is ook met deze techniek de kans op problemen niet 0%. Bij een andere techniek wordt de snee vlak onder de tepelhof gemaakt. Hierbij is het vrijwel onvermijdelijk, dat er klierweefsel en afvoergangetjes doorgesneden worden. Dit kan zeker wel tot problemen lijden bij het geven van borstvoeding. Het klierweefsel, dat beschadigd is geraakt, zal minder of geen melk meer produceren. Hierdoor kan het zijn, dat er te weinig melk geproduceerd wordt. Een ander mogelijk probleem ontstaat als het klierweefsel zelf intact is gebleven, maar de afvoergang doorgesneden. Soms groeit zo'n afvoergang niet meer aan elkaar bij het helingsproces; of er ontstaat littekenweefsel op de plaats waar het wel weer aan elkaar groeit. Het klierweefsel produceert dan nog normaal melk, maar het kan de klier niet uit doordat het afvoerkanaal doodloopt of geblokkeerd is door littekenweefsel. Dit geeft pijn en soms ook ontstekingen aan de borst. Op een röntgenfoto is er zeker wel onderscheid te maken tussen het klierweefsel, eventueel borstkanker en het implantaat. Wat wel soms gebeurd is, dat de kanker ontstaat in een gebied achter het implantaat. De kanker is dan minder goed te zien, of soms gewoon niet te zien, doordat het implantaat er voor zit. Bij het diagnosticeren van borstkanker is ook het voelen naar bultjes in de borst (door de vrouw zelf) van groot belang (van groter belang dan een mammogram) Het hele gebied achter het implantaat is niet te voelen. Recent heeft er een artikel in medisch contact gestaan over een onderzoek (uit BMJ, een van de meest vooraanstaande medische tijdschriften) waaruit bleek, dat vrouwen met borstimplantaten een slechtere prognose hebben bij borstkanker. Dit werd veroorzaakt doordat de kanker pas in een later stadium ontdekt werd dan bij vrouwen zonder borstkanker. Voor elke soort kanker geldt immers, dat een snellere ontdekking tot een betere prognose lijdt.

Bronnen:
http://medischcontact.artsennet.nl/nieuws-...
http://www.bmj.com/content/346/bmj.f2399

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100