Hoe komt het dat de ene persoon nergens bang voor is ( grote hoogtes ,extreme sporten) en de ander juist wel.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De aanvaarbaarheid van angst ligt in het angstcentrum van de hersenen. Dit centrum communiceert met allerlei andere delen, zoals het sociale gedeelte, de ratio, de herinnering, etc. De een heeft een groter angstcentrum dan de ander en de een legt andere verbindingen dan de ander. Iemand die een parachutesprong wil maken en bv alleenstaand is legt een andere verbinding met de ratio dan iemand met een gezin. De consequentie als het fout gaat is dan hetgeen waarover nagedacht wordt. (even generaliserend om een duidelijk voorbeeld te geven). Een ander voorbeeld is iemand die een trauma heeft; gebeten door een hond is bang voor honden en legt een link met herinnering. Een hondenliefhebber voelt totaal geen angst om het dier te aaien. Er zijn ontzettend veel factoren die hierbij een rol spelen in de hersenen. Ieder mens is anders en heeft dan ook andere angsten die weer een ander totaal niet begrijpen kan.

Omdat sommige mensen liever in een isolement leven. Dat is een soort angstbaak. Ze vallen hierop voor alles terug, het is veilig voor hen. Alles wat niet veilig is, is per definitie niet goed en word dus afgestoten. De andere kant is dus het tegenovergestelde, juist extremen zoeken omdat je die adrenaline rush weer wilt, omdat je aan jezelf wilt bewijzen dat je lef hebt meer dan je zelf wellicht denkt.

Dat is de aard van het beestje - sommige mensen genieten ervan, hun grenzen op te zoeken, genieten van de spanning en het gevoel iets te doen wat een gevaarselement in zich heeft : dan voelen ze, dat ze léven!! En anderen zien overal gevaar in, en voelen zich het beste, als alles vertrouwd en beschermd is, en vinden avonturen maar niks. Een klein deel is het gevolg van je opvoeding : toen jij als grote kleuter en jong schoolkind buiten je eigen tuinhekje mocht, bomen in wilde klimmen, en kijken, wat je allemaal beter kon dan de andere kinderen, kan het zijn, dat je ouders je hebben aangemoedigd, en geleerd hebben, dat als je je maar goed vasthoudt aan de takken, en een tak eerst test voor je je gewicht erop zet, dat elke boom te beklimmen is. Maar als ze je ver van de boom gehouden hebben, en gezegd hebben dat je alles gaat breken als je eruit valt, dan druk je die ontdekkingsdrift van een kind de grond in. Maar het overgrote deel is je aard : hoe meer je over je grenzen gaat, hoe meer je wilt beleven. Alles kan, tot bewezen is dat het níét kan, en daar kom je dan vanzelf wel achter, als je op een brancard wordt afgevoerd.....en dan lig je alweer te bedenken, wat je volgende keer gaat doen. Of je houdt het bij 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' : wat héb je eraan, om op je kop aan een touwtje te bungelen, een snelheidsrecord te verbreken op een skelter, of K2 te beklimmen, wat wordt je er wijzer van? Je kunt toch ook snorkelen, waarom moet je nou 30 m diep gaan? En op de piste in de skiklas kan je óók skien : je hoeft toch niet juist de tiefschnee op te zoeken? En waarom aan een vlieger gaan hangen, of uit een vliegtuig springen? Vissen is óók leuk.... Gelukkig vinden we niet allemaal hetzelfde leuk, hebben we niet allemaal dezelfde banen en dezelfde behoeftes. Anders werd het erg druk op de camping in Noordwijk of bij de hondensledesafaris in Finland!!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100