Welke criteria zijn er om in aanmerking te komen om donor te zijn?

Heel veel mensen zijn donor, maar slechts een paar zijn echt bruikbaar. Waarmee selecteren ze dat? Welke criteria?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Bij orgaandonatie gaat het meestal om mensen die overlijden aan bijvoorbeeld een hersenbloeding of verkeersongeval. Die mensen zijn hersendood, maar door kunstmatige beademing kunnen de organen nog steeds zuurstofrijk bloed krijgen. Daarmee blijven de organen geschikt voor transplantatie. Orgaandonatie kan dus alleen als iemand is overleden in een ziekenhuis. Alleen daar is beademingsapparatuur. Voor orgaandonatie komen nieren, hart, alvleesklier, lever, longen en dunne darm in aanmerking. Ook iemand die in een ziekenhuis overlijdt aan een hartstilstand kan soms nog donor zijn van nieren of lever en longen. Dit wordt een non-heartbeating donatie genoemd. Het doneren van weefsels kan vaker dan het doneren van organen. Dat komt doordat je weefsels ook kunt afstaan als je niet in een ziekenhuis dood gaat, maar ergens anders. Voor weefseldonatie is zuurstof niet zo belangrijk. Je hoeft voor weefseldonatie niet hersendood te zijn. Je kunt vaak 12-24 uur nadat je bent overleden nog weefsels doneren. Gedoneerde weefsels krijgen een speciale behandeling. Daardoor kunnen ze langer worden bewaard. Dit gebeurt bij weefselbanken. Bij weefseldonatie gaat het om hoornvliezen, huid, hartkleppen, bloedvaten en bot- en peesweefsel. Toegevoegd na 2 minuten: Het hangt af van de tijd en de plaats waarop je bent overleden en waaraan je bent doodgegaan.

Bronnen:
http://www.wellesofnietes.nl/index.cfm?act...

Je wordt niet "bij leven" geselecteerd. Je geeft je op als donor. Op het moment dat het ter sprake komt wordt er gekeken wat er nog "bruikbaar" is. Je huid, je hoornvlies, of je organen. Iemand met hele slechte rooklongen kan nog een prima huiddonor zijn. Of iemand met een slecht hoornvlies een prima hartdonor. Het gaat er niet om wat je hebt te geven, maar of je wilt geven. En of het bruikbaar is of niet doet niet terzake. Donor zijn doe je omdat je dat wilt, omdat je eventueel iemand kan helpen als je zelf niet meer leeft.

Je kunt je opgeven als donor om, als je overleden bent, alles te gebruiken wat mogelijk is van je lichaam. Men kan maar pas selecteren wat bruikbaar is op het moment van je overlijden. Men kan echter ook donor bij leven zijn. Iemand die doneert bij leven kan uiteraard niet dezelfde organen en weefsels doneren als bij donatie bij overlijden. In aanmerking kunnen komen: nieren, deel van de lever, deel van de longen (niet in Nederland), stamcellen en bloed. Er is een verschil tussen organen (en weefsels) die weer aangroeien (regenereren) en niet aangroeien. Met name door het tekort aan donororganen van overleden personen komt nierdonatie bij leven steeds vaker voor. Wanneer iemand bij leven een orgaan afstaat, kan dat risico's voor zijn gezondheid met zich meebrengen. Daarom staat de wet donatie bij leven alleen onder voorwaarden toe. http://www.donorvoorlichting.nl/index.cfm?act=structuur.tonen&pagina=79 Voor kinderen, jongeren onder de 18 jaar en wilsonbekwame personen gelden extra beperkingen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100