Wat betekend bij bloedgroepen, neg, pos, A en B?

Toegevoegd na 6 uur:
Betekend moet uiteraard zijn: betekent....

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ons bloed bevat rode en witte bloedcellen. De belangrijkste functie van rode bloedcellen is het verzorgen van het zuurstoftransport door het lichaam. Op alle (rode) bloedcellen bevinden zich bepaalde kenmerken. Deze kenmerken zijn erfelijk en kunnen per persoon verschillend zijn. Een aantal van deze kenmerken noemt men bloedgroepen. Er zijn meerdere bloedgroepsystemen bekend, het bekendste is het ABO systeem. Heeft u kenmerk A op de rode bloedcellen dan heeft u bloedgroep A, heeft u kenmerk B op de rode bloedcellen dan heeft u dus bloedgroep B . Hebt u kenmerk A en B dan heeft u bloedgroep AB, en heeft u helemaal geen A en geen B dan heeft u bloedgroep 0. Nog een bekend bloedgroepsysteem is het Rhesussysteem. Mensen met kenmerk Rhesus D zijn positief, mensen zonder kenmerk Rhesus D zijn negatief. Als u bijvoorbeeld bloedgroep A pos heeft wil dat dus zeggen dat uw rode bloedcellen kenmerk A hebben en kenmerk Rhesus D.

Bronnen:
http://www.zgt.nl/default.aspx?DocumentID=...

Er bestaan verschillende bloedgroepen. De bloedgroepen worden bepaald door de bloedgroepantigenen, dit zijn eiwitten op de buitenkant van de rode bloedcellen. Wanneer iemand bloed krijgt dat vreemde bloedgroepantigenen bevat, dan wordt het afweersysteem geactiveerd en komt de productie van antistoffen op gang die het bloed met de lichaamsvreemde antistoffen afbreken. Er bestaan vier hoofdbloedgroepen: A, B, O en AB, afhankelijk van de aanwezigheid van A -, B -, A - en B -antigenen of helemaal géén antigenen (bloedgroep O) op de rode bloedcellen. Naast A en B, bestaat er nog een derde antigeen op de oppervlakte van de rode bloedcellen, namelijk de rhesusfactor. Wie rode bloedcellen heeft waarop deze rhesusfactor zit, is rhesus-positief. De anderen zijn rhesus-negatief. Toegevoegd na 8 minuten: Weetje: de meest voorkomende bloedgroep in Nederland is O positief (O+).

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloedgroep
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseact...

Er bestaan vier bloedgroepen: A, B, AB en O. Wat het verschil is tussen die bloedgroepen is moeilijk uit te leggen, want dat is namelijk erg klein. Bloedgroepen worden bepaald door een chemisch herkenningsteken. Dat teken wordt antigen genoemd. Bloedgroep A heeft antigen A, bloedgroep B heeft antigen B, bloedgroep AB heeft antigen A en B en bloedgroep O heeft geen antigen. Het verschil tussen al die antigenen is de hoeveelheid en samenstelling aminosuiker. Aminosuiker is een combinatie van een eiwit- en een suikermolecuul. Eiwit en suiker bepalen dus uiteindelijk de bloedgroep. Naast antigenen bevat bloed ook een antistof tegen een andere bloedgroep. Iemand met bloedgroep A heeft antistoffen tegen bloedgroep B. Iemand met bloedgroep B heeft antistoffen tegen bloedgroep A. En iemand met bloedgroep O heeft antistoffen tegen A en B. Iemand met bloedgroep AB heeft geen antistoffen. Een onderdeel van de bloedgroep is de rhesusfactor. De rhesusfactor is een bepaald eiwit dat voorkomt op de celmembraan van rode bloedcellen. Die factor wordt aangegeven met positief of negatief achter de bloedgroep. Als je rhesuspositief bent, is de rhesusfactor aanwezig in je bloed. Als je rhesusnegatief bent, is de rhesusfactor afwezig in je bloed. Iemand die Rh- is gaat, als haar bloed in contact komt met Rh+ bloed, antistoffen maken tegen het Rh+ bloed. Dit is een normaal beschermingmechanisme van het lichaam, als het in contact komt met vreemde stoffen zal het proberen die stoffen weg te werken. Normaal gesproken komt je bloed niet in aanraking met Rh+ cellen, (bij een bloedtransfusie wordt alleen Rh- bloed gegeven aan iemand die Rh- is). Maar bij een zwangerschap kan het ook gebeuren dat de moeder negatief is en de baby positief. Als het bloed van de moeder en van de foetus met elkaar in contact komt (wat in 3,5% van de gevallen blijkt), dan gaat het bloed van de moeder het bloed van de baby bestrijden, met mogelijk nare gevolgen. Dat gebeurt meestal pas na de 30ste week van de zwangerschap. Daarom wordt bij zwangere vrouwen die Rh- zijn in de 30e week nogmaals het bloed onderzocht om te kijken of er antistoffen aantoonbaar zijn. Als dit niet zo is, dan krijgt ze een prik in haar bovenbeen of bil met het medicijn antiRhD-immunoprofylaxe (anti D). Dit medicijn zorgt ervoor dat er geen antistoffen gemaakt worden in de rest van de zwangerschap, mocht het moederlijk bloed in contact komen met het bloed van de baby.

Bronnen:
http://www.medicinfo.nl/%7B222795bd-8391-4...
http://www.willemwever.nl/vraag_antwoord/h...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100