Hoe berekenen opticiens de oogsterkte?

Hoe berekenen opticiens de brilsterkte? Ik heb wel eens gehoord met brandpunt en d=1/b maar hoe kan je dit bij uitrekenen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Je moet het vooral eerst opmeten. Het werkt als volgt, het apparaat heet een autorefractor en het doet het volgende: De autorefractor projecteert een plaatje van een lijn (of horizon, of zeilboot) via de ooglens op het netvlies van de patient. Het teruggekaatste beeld wordt opgevangen. Nu vervormd de autorefractor de lens waardoor het beeld wordt uitgestraald. Door de lensvervorming verandert de brandpuntafstand en dus de sterkte. De autorefractor vergelijkt constant het beeld op het netvlies met het beeld dat het uitzend, zodra de beelden zo goed als gelijk aan elkaar zijn meet hij de brandpuntsafstand f van de vervormbare projectielens. De benodigde sterkte voor een bril is nu 1/f.

Je kunt dit uitrekenen precies zoals je het zegt. De natuurkundige formule is S=1/f=1/v+1/b. Hierbij is 'v' de voorwerpsafstand en 'b' de brandpuntafstand. Een opticien berekent aan de hand van verschillende testjes (oa het lezen van letters en een rood en groen vlak) wat de b en v zijn, en rekent zo uit hoeveel dpt (dioptrieën) jouw ogen nodig hebben om weer scherp te kunnen zien. Algemene opmerkingen van scholieren.com (mijn leraar gebruikte exact deze afgelopen jaar! Heb overigens nu mijn VWO diploma:)) - schrijf alle afstanden direct en consequent in m, je hebt meteen S uit de lensformule; - bij het kijken naar een bril kijk je in alle gevallen naar een virtueel beeld (b negatief) dat zich bevindt aan dezelfde kant van de bril als het voorwerp (origineel); - een (goede) bril brengt het virtueel beeld op de afstand waar het “ongewapende” oog het nog net wel scherp kan zien; - een positieve lens maakt een virtueel beeld verder weg dan het voorwerp (absolute waarde van b groter dan v, daarom is 1/v + 1/b = S en dus ook f immers positief) - een negatieve lens maakt een virtueel beeld dichterbij dan het voorwerp (absolute waarde van b kleiner dan v, daarom is 1/v + 1/b = S en dus ook f immers negatief) - bij een positieve lens zijn f en b altijd positief, b is negatief als v < f - bij een negatieve lens zijn f en b altijd negatief (en v altijd positief)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100