Wat houdt het 'second-order public-good problem' in?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het "second-order public-good problem" (het tweede-orde collectief-goedprobleem) heeft te maken met de productie van collectieve goederen. Collectieve goederen zijn goederen die mensen (individuen) wel nodig hebben, maar die niet zouden worden geproduceerd als mensen niet zouden samenwerken. Er is dus samenwerking (van een collectief) nodig om deze goederen te kunnen produceren. Voorbeelden zijn defensie, dijkbewaking en sociale voorzieningen. Eerst moet door consensus worden bepaald welke collectieve goederen geproduceerd moeten worden. Dit is het first-order public-good problem. Het tweede-orde collectief-goedprobleem heeft te maken met de individuele bijdragen van de burgers aan de productie van het collectieve goed. Getalsmatig is niet iedereen per se nodig om het collectieve goed te kunnen produceren, maar tegelijk is het niet sociaal om niet bij te dragen aan de productie van collectieve goed. Voor een individuele burger is het zelfs voordeliger om niet bij te dragen aan het collectieve goed. Tegelijk kan hij wel gebruikmaken van het collectieve goed als dit eenmaal is geproduceerd. Dit probleem is in de economie bekend als het free rider-probleem. Als echter ieder individu besluit om niet bij te dragen aan de productie van het collectieve goed, zal het collectieve goed niet worden geproduceerd. Er zijn daarom sancties nodig om de individuen over te halen of te dwingen bij te dragen aan de productie. Deze sancties kunnen positief of negatief zijn. De belangrijkste vraag die bij het tweede-orde collectief-goedprobleem aan de orde is, is: wie bestraft degenen die zich opportunistisch gedragen en die niet bijdragen aan de productie van collectieve goederen? Het levert een individu weinig op als hij een ander erop wijst dat hij moet bijdragen aan het collectieve goed. Echter: deze "meelopers" moeten wel worden gedwongen of overgehaald om bij te dragen aan het collectieve goed. Dat is namelijk in het belang van de hele groep en noodzakelijk voor de succesvolle productie van het collectieve goed. Zie ook de boeken Foundations of social theory van J. Coleman uit 1990 en het artikel Rewards and punishments as selective incentives for collective action: theoretical investigations van P. Oliver in American Journal of Sociology, jaargang 6, pagina’s 1356-1375 uit 1980. Toegevoegd na 10 minuten: Zie ook pagina 16 (onderaan) en 17 van het rapport "Sociale samenhang in de wijk" van de Nederlandse Sociologische Vereniging en het SCP op www.scp.nl/dsresource?objectid=22669&type=org.

Bronnen:
www.scp.nl/dsresource?objectid=22669&type=org

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100