Hoe komt het dat sommigen zagers/zangeressen heel erg stotteren tijdens het praten maar daarmet zingen geen last van hebben?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Bij mensen die stotteren is het spraakmotorisch systeem dat zorgt voor het in een akoestisch signaal omzetten van geformuleerde gedachten, minder stabiel dan bij mensen die niet stotteren. In bepaalde condities treedt er een storing op in hun spraakapparaat hetgeen zich uit in interrupties van spraakbewegingen die als stotters worden waargenomen. Tijdens zingen gebeurt dit gemiddeld genomen veel minder vaak dan tijdens (spontaan) spreken. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn: tijdens het zingen zijn het ritme en de melodie gegeven het spreektempo is vertraagd de tekst van de liederen ligt vast en is meestal bekend er is geen sprake van beurtwisseling er is geen keus om wel of niet iets te zeggen er wordt meer gebruik gemaakt van buikademhaling Zingen is wat betreft spreekcondities erg vergelijkbaar met het in een langzaam tempo nazeggen van zinnen: ook dat doen heel veel mensen die stotteren vloeiend. Ook tijdens het langzaam nazeggen van zinnen hoeft er voor veel factoren niet zelf een plan van uitvoering te worden gemaakt. Verder ziet men in zang vaak een veranderd patroon in de relatieve duur van klanken, waarbij met name de vocalen langer worden aangehouden, hetgeen de transitie van en naar buurklanken kan vereenvoudigen. In feite is dit zeer vergelijkbaar met strategieën die vaak worden gehanteerd in spraakmotorische stottertherapieën of ook wel spontaan en onbewust door stotteraars kunnen worden gehanteerd. Bij onderzoek naar de ademhalingspatronen van zang en spraak, is gebleken dat de relatieve bijdrage van buikademhaling verschilt voor spraak en zang en dat dit verschil met name bij stotteraars toeneemt ten gunste van buikademhaling. Een dergelijk patroon zou een stabiliserende werking kunnen hebben op de manier van ademhalen en daarmee het vloeiend spreken (zingen) kunnen bevorderen.

Bronnen:
http://www.stotteren.nl/view.php?p=213&segment=19

Bij mensen die stotteren is het spraakmotorisch systeem dat zorgt voor het in een akoestisch signaal omzetten van geformuleerde gedachten, minder stabiel dan bij mensen die niet stotteren. In bepaalde condities treedt er een storing op in hun spraakapparaat hetgeen zich uit in interrupties van spraakbewegingen die als stotters worden waargenomen. Tijdens zingen gebeurt dit gemiddeld genomen veel minder vaak dan tijdens (spontaan) spreken. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn: tijdens het zingen zijn het ritme en de melodie gegeven het spreektempo is vertraagd de tekst van de liederen ligt vast en is meestal bekend er is geen sprake van beurtwisseling er is geen keus om wel of niet iets te zeggen er wordt meer gebruik gemaakt van buikademhaling Zingen is wat betreft spreekcondities erg vergelijkbaar met het in een langzaam tempo nazeggen van zinnen: ook dat doen heel veel mensen die stotteren vloeiend. Ook tijdens het langzaam nazeggen van zinnen hoeft er voor veel factoren niet zelf een plan van uitvoering te worden gemaakt. Verder ziet men in zang vaak een veranderd patroon in de relatieve duur van klanken, waarbij met name de vocalen langer worden aangehouden, hetgeen de transitie van en naar buurklanken kan vereenvoudigen. In feite is dit zeer vergelijkbaar met strategieën die vaak worden gehanteerd in spraakmotorische stottertherapieën of ook wel spontaan en onbewust door stotteraars kunnen worden gehanteerd. Bij onderzoek naar de ademhalingspatronen van zang en spraak, is gebleken dat de relatieve bijdrage van buikademhaling verschilt voor spraak en zang en dat dit verschil met name bij stotteraars toeneemt ten gunste van buikademhaling. Een dergelijk patroon zou een stabiliserende werking kunnen hebben op de manier van ademhalen en daarmee het vloeiend spreken (zingen) kunnen bevorderen.

Bronnen:
http://www.stotteren.nl/view.php?p=213&segment=19

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100