Maakt het iets uit waaruit de bandbreedte bestaat voor de internetsnelheid?

In de telecommunicatie wordt met bandbreedte van een transmissiekanaal het verschil bedoeld tussen de hoogste frequentie die wordt doorgelaten en de laagst doorgelaten frequentie.
Bandbreedte is de hoeveelheid data die tegelijkertijd over een bepaalde verbinding kan worden vervoerd. Hoe hoger de bandbreedte van een verbinding, hoe sneller u de data kunt ontvangen of versturen.

De definitie van bandbreedte is dus het gebruikte, continue interval in het frequentiespectrum, ofwel de frequentieband. Zo is bijvoorbeeld in de bedrade telefonie de gebruikte "band" het gedeelte gaande van 300 Hz (hertz) tot 3400 Hz, wat resulteert in een bandbreedte van 3100 Hz of 3,1 kHz.

Maar heeft een bandbreedte van 3100 ontstaan door een verschil tussen 4000Hz en 900Hz dan hetzelfde vermogen.

Waarom lijkt het toch juist de bandbreedte te zijn die zorgt voor een snelle verbinding. Stel ik heb een bandbreedte van 10Hz bestaand uit 3390hz en 3400hz, waarom zou ik daar minder mee kunnen doen dan een bandbreedte van 1000hz bestaand uit 200hz tot 1200hz? Is het niet zo dat de hoeveelheid herz het aantal 'informatiegolven' bepaalt en dus de hoeveelheid informatie die het kan overbrengen en niet zozeer het verschil tussen de hoeveelheden die je kunt overbrengen?

Of is het begrip Hz en bandbreedte niet van toepassing bij internet en zijn alleen bits voldoende?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Met bandbreedte bedoelt de gemiddelde provider in Nederland in principe het aantal bits dat maximaal over de voorziening kan worden gedown- en upload. Dit heeft weinig te maken met bandbreedte zoals bedoelt in jouw vraag, het verschil tussen de hoogste frequentie en laagste. Laten we bandbreedte daarom voor het vervolg definiëren als "het verschil tussen laagste en hoogste frequentie" en throughput als "het aantal bits dat maximaal over een transmissiekanaal kan worden gestuwd". Overigens is bandbreedte wel van belang voor throughput. Over een ouderwetse analoge telefoonlijn kon men makkelijk een analoog geluidsignaal verzenden en bij de eerste telefoons kreeg je dan ook na het opbouwen van de verbinding de volledige bandbreedte ter beschikking. Maar al snel begrepen de telefoon maatschappijen dat die volledige bandbreedte niet nodig was omdat de menselijke stem maar een beperkt deel van die bandbreedte kan produceren (0-4.000 Hz). Dus begonnen deze bedrijven met het "stapelen" van gesprekken over één lijn. Door het signaal aan weerszijden te (de-)moduleren, kon één spreker gebruik maken van 0-4.000 Hz, de volgende van 4.000-8.000, de volgende 8.000-12.000 etc. tot 1,5 megaherz. (http://www.syntheshis.nl/archief.php?nummer=2004-02&artikel=breed_breedband). Met de komst van digitaal transport is benodigde bandbreedte verwaarloosbaar, zolang zender en ontvanger een detecteerbaar verschil gebruiken om een 1 danwel een 0 te onderscheiden kun je enorm veel verbindingen op elkaar stapelen. De kwaliteit van zender en ontvanger bepalen hoeveel bandbreedte per verbinding nodig is, met een virtueel minimum van 2 hz. De algoritmen zijn in de loop van de jaren steeds ingewikkelder geworden, door aan beide kanten van de lijn extra interpretaties mogelijk te maken kun je nu ook bv. 30 nullen verzenden door één commando 30x0 te versturen i.p.v. 30 keer een 0 bit. Hele patronen worden tegenwoordig 'samengevat/gezipped' over de lijn gestuurd. Daarnaast is van belang hoe snel je opeenvolgende bits op de lijn kunt zetten. Als de zender dit sneller doet dan de ontvanger het frequentieverschil kan detecteren komt de informatie niet over. Dus de transmissie snelheid van het transportmedium is van belang, over glas kun je de bits sneller achter elkaar op de lijn zetten dan over koper. Bandbreedte die je als gebruiker krijgt toegewezen, gebruikte algoritmen en snelheid van het transportmedium bepalen nu samen je throughput.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100