Draai voor klassieke weergave

Tijd voor de vogeltrek – welke vogels kun je spotten?

Typisch zo’n Hollands tafereel in de herfst: vogels die in groepen vliegen, en bij zonsondergang neerstrijken op een weiland of in bomen. Dat zijn trekvogels die zich verzamelen om samen de oversteek naar hun plek - waar ze gaan overwinteren - te maken. Miljoenen vogels vertrekken in het najaar vanuit Nederland naar zuidelijkere landen, en veel vogels passeren Nederland op weg naar hun overwinterplek. Een indrukwekkend natuurspektakel.

Eigenlijk is het best gek dat vogels precies weten wanneer ze weer moeten vertrekken en waar ze naartoe moeten vliegen. Hoe weten ze eigenlijk de weg? Ze kijken naar de sterren, naar de zon en de maan. Ook volgen ze de loop van rivieren en de kustlijn om te bepalen hoe ze moeten vliegen. Bovendien hebben ze een ingebouwd kompas, dat ervoor zorgt dat ze de weg kunnen vinden, zelfs als ze voor de eerste keer naar het zuiden vliegen. Is het mistig, of is het zicht om andere redenen niet optimaal, dan kunnen ze zelfs op geluid navigeren. Razend knap, als je er over nadenkt dat sommige vogels - zoals de noordse stern - letterlijk de wereld rond vliegen: in het najaar van de noordpool naar de zuidpool, en in het voorjaar weer terug.

De route van trekvogels

Door vogels te ringen en met zenders te volgen, zijn de routes die de meeste trekvogels nemen nauwkeurig in kaart gebracht. Kustvogels zoals de stern, lepelaar en steenloper volgen - niet verrassend - de kustlijn van Noord-Holland en Zuid-Holland, om dan langs de Belgische kust, Frankrijk en Portugal over te steken naar Afrika. De wespendief, zwaluwen, tortels en andere landvogels kiezen juist een route binnendoor, via onze oostelijke grens en Duitsland door oost-Frankrijk, randje Middellandse Zee naar centraal-Afrika.

Verrekijker mee, kijk naar de trekvogels

Wil je de kustvogels zien trekken? Ga dan op een dag dat er een flinke noordwesten wind waait in de duinen zitten en kijk richting de zee. Neem vooral een verrekijker mee. Met een beetje geluk kun je dan zelfs Jan van Genten zien vliegen. De landvogels, vooral roofvogels, zijn goed te spotten op open plekken in het bos, vooral op zonnige dagen. De roofvogels hebben de warme, opstijgende lucht nodig om op de thermiek hun kilometers te kunnen maken. Jammer genoeg trekken veel vogels ook ’s nachts, en dan heb je er als vogelliefhebber helemaal geen erg in dat er duizenden vogels overvliegen. 

Onze wintergasten

Nederland in de winter lijkt niet echt op een warme overwinterplek, maar dat is het voor sommige vogels toch echt. Terwijl de zomergasten naar het zuiden zijn gevlogen, zijn onze polders en uiterwaarden een overwinterplek voor bijvoorbeeld kolganzen, brandganzen en roodhalsganzen. Hun grasland - in het noorden van Rusland en Polen - raakt in de loop van de winter met sneeuw bedekt, daar kunnen ze niks meer eten. Daarom wijken ze uit naar Nederland. Hoor je ’s nachts het gegak van de ganzen? Tijdens het trekken blijven ganzen met elkaar praten: de achterste ganzen moedigen de koplopers aan om de snelheid vast te houden. Ze kunnen wel 45 kilometer per uur vliegen!

Zeldzaam: kraanvogels

Een bijzondere gast tijdens de vogeltrek is de kraanvogel. Die vliegt in het najaar vanuit Scandinavië naar Zuid-Spanje en Noord-Afrika. Onderweg pauzeren ze even in de Peel en het Leersumse veld. Daar verzamelen zich dan ook allemaal vogelliefhebbers om die sierlijke vogels te zien. Ook andere vogels komen alleen tijdens de vogeltrek heel kort in Nederland voor, bijvoorbeeld de groenpootruiter, de bosruiter en de beflijster. De vogeltrek is een opwindende tijd voor vogelkijkers.

Tijd om te vertrekken

Hoe weten vogels dat het tijd is om te vertrekken? Het weer heeft hier niet zoveel mee te maken. De vogels merken vooral dat het voedselaanbod schraal wordt. Ze hebben de afgelopen maanden zich lekker volgestopt, maar op een gegeven moment droogt het aanbod op. Het weer heeft wel invloed op het exacte moment dat de vogels gaan vliegen. Regen? Harde wind? Niet fijn, dan wachten ze liever op opklaringen. Waait de wind vanuit het oosten of het noorden, dan is het ideaal. Bij zonnig weer vliegen vogels hoger, bij opklaringen en tegenwind, dus westenwind, vliegen ze lager en zijn ze beter te zien.

Lees ook

Auteur: Sabina Posthumus
Bron: Vogelbescherming