Bron: © Canva. In de regenwouden van Zuidoost-Azië groeit de plantengroep Aeschynanthus, dit is de bekendste.
Planten en dieren zijn vaak nauw op elkaar afgestemd. Toch laat een tropische plant zien dat loslaten van vaste patronen juist nieuwe kansen kan bieden. Door zijn bloemvorm te veranderen, wist deze soort een heel nieuw leefgebied te bereiken. Lees snel verder.
Bloemen en vaste partners
In de natuur werken planten en bestuivers vaak samen als een perfect afgestemd team. Bloemen krijgen specifieke vormen en kleuren die passen bij één type dier, zoals vogels of insecten. In ruil voor nectar zorgen deze dieren voor bestuiving. Dat lijkt efficiënt, alleen maakt een plant ook kwetsbaar als die ene partner wegvalt.
Een uitzondering in Azië
In de regenwouden van Zuidoost-Azië groeit de plantengroep Aeschynanthus, met zo’n 160 soorten. De meeste hebben lange, rode buisbloemen, ideaal voor honingzuigers met hun gebogen snavels.
Eén soort wijkt opvallend af: Aeschynanthus acuminatus. Deze plant heeft kortere, bredere bloemen en groeit niet alleen op het vasteland, maar ook op Taiwan, waar honingzuigers ontbreken.
Lees ook: Planten met ondeugende namen: van schaamrood tot kruidje-roer-me-niet.
DNA onthult de oorsprong
Onderzoekers analyseerden DNA van planten uit Vietnam, China en Taiwan. Daaruit bleek dat de soort eerst op het vasteland ontstond en zich later naar Taiwan verspreidde. Dat is opvallend, omdat wetenschappelijke modellen juist voorspellen dat planten met algemene bloemen ontstaan in gebieden zonder gespecialiseerde bestuivers.
Nieuwe bestuivers, nieuwe kansen
Veldonderzoek met camera’s liet zien dat op Taiwan vooral zangvogels de bloemen het bijzondere groen bezoeken. Op het vasteland kwamen daar ook honingzuigers bij, en in sommige regio’s zelfs kleine nachtelijke knaagdieren.
Door meerdere bestuivers toe te laten, werd de plant minder afhankelijk en beter bestand tegen veranderingen in zijn omgeving.
Flexibiliteit als overlevingsstrategie
Waarschijnlijk zorgden schommelingen in het aantal honingzuigers ervoor dat een bredere bloemvorm voordelig werd. Deze aanpassing maakte verspreiding naar nieuwe gebieden mogelijk. Het onderzoek laat zien dat flexibiliteit in de natuur soms belangrijker is dan perfectie.
Bronnen:
Scientias, University of Chicago, Field Museum