Bron: © Canva. Een spannend momentje tijdens een klassiek concert. Wie had dat ooit gedacht?
Elza (61) gaat op stap. Het leven stopt niet bij 60 en daten al helemaal niet. In Elza gaat op stap deelt Elza haar verrassende, soms ongemakkelijke, maar altijd boeiende ervaringen in de wereld van het daten. Van blind-dates tot spontane uitstapjes, van subtiele flirts tot onverwachte vonken. Haar zoektocht naar passie, avontuur en spanning levert de meest opvallende verhalen op. En die deelt ze met ons. Dit keer beleeft ze een spannend momentje tijdens een klassiek concert.
Klassiek concert: een leuk uitje
Ik had me verheugd op een avond van intellectuele eenzaamheid. Geen ingewikkelde Tinder-gesprekken of geforceerde afspraakjes, maar gewoon ik, mijn favoriete jurk en het Koninklijk Concertgebouworkest. Ik had stoel 14 op rij 7 bewust gekozen: middenin, perfect zicht – en hopelijk geflankeerd door een ouder echtpaar dat zachtjes naar pepermuntjes zou ruiken.
Maar de rust was van korte duur.
Vlak voordat de dirigent het podium opkwam, gleed er iemand de rij in. Hij was niet het type man dat je verwacht bij een klassiek concert; geen stijve 3-dubbele knoop, maar een man die een nonchalante, bijna gevaarlijke autoriteit uitstraalde. Ik herkende hem ergens van – was het die galmende lach in de foyer van vorige maand, of die indringende blik die ik ooit opving in een museum? Hij was de man die je opmerkt zonder dat hij een woord hoeft te zeggen.
De geur van geboend parket en duur parfum hangt zwaar in de grote zaal. Ik strijk mijn zijden rok glad en zak weg in het dieprode pluche van stoel 14, rij 7. De sfeer is ingetogen, bijna heilig. Maar dan neemt hij plaats op stoel 15. Verdorie.
De taal van het zijvlak
Hij brengt een vlaag van koude buitenlucht en de verfijnde, aardse geur van sandelhout met zich mee. Terwijl hij gaat zitten, strijkt de zijkant van zijn bovenarm heel even langs de mijne. Een fractie van een seconde, maar de tinteling op mijn huid blijft hangen als een elektrische echo. Hij verontschuldigt zich niet. Hij kijkt alleen even opzij, zijn ogen donker en glanzend in het gedimde licht, en een flauwe glimlach speelt om zijn lippen.
Het orkest begint aan de Adagietto van Mahler. De strijkers trekken lange, smachtende lijnen van geluid, maar mijn focus ligt ergens anders. Ik voer een innerlijk gevecht: mijn oren willen luisteren naar de muziek, maar mijn hele lichaam is gericht op de man naast me.
Een woordeloos crescendo
Naarmate de muziek intenser wordt, wordt de sfeer tussen ons bijna tastbaar.
- De blik: Hij kijkt me nét te vaak aan. Het is geen vluchtige blik, maar een zware, bewuste focus die op de zijkant van mijn hals rust. Alsof hij de trilling van de muziek op mijn huid probeert te tellen.
- De nabijheid: In de nauwe stoelen is elke ademhaling hoorbaar. Wanneer hij diep inademt, zie ik vanuit mijn ooghoek hoe de stof van zijn overhemd strak over zijn borst spant.
- De spanning: Ik dwing mezelf naar de dirigent te kijken, maar als ik heel langzaam mijn hoofd draai, kijkt hij niet weg. Onze ogen haken in elkaar. Er is geen beleefdheid meer; dit is pure, rauwe chemie.
De muziek zwelt aan tot een climax, de pauken dreunen door de vloer rechtstreeks mijn onderbuik in. Op dat moment verlegt hij zijn hand op de gedeelde leuning. Zijn pink raakt de mijne aan. Een klein gebaar, maar in de stilte van de muziek voelt het als een schreeuw. Ik trek mijn hand niet terug. Ik laat mijn vingers iets meer richting de zijne glijden, genietend van de verboden hitte van dit moment.
De ontlading
Wanneer het laatste applaus losbarst, is de betovering fysiek bijna ondraaglijk. We staan tegelijk op. In de drukte van de rij moet ik rakelings langs hem heen. Hij plaatst zijn hand heel even laag op mijn rug om me door de menigte te loodsen. De druk van zijn palm is stevig en warm, precies op die plek waar mijn jurk het dunst is.
Bij de uitgang blijft hij even staan. De koude avondwind waait door mijn haar. Hij buigt zich naar me toe, zijn lippen slechts centimeters van mijn oor.
“Sommige composities hebben geen tekst nodig om begrepen te worden,” fluistert hij met een stem die dieper klinkt dan de contrabassen binnen.
Hij knikt me toe, slaat de kraag van zijn jas omhoog en verdwijnt in de donkere straten van Amsterdam. Ik blijf achter op de stoep, mijn ademhaling nog steeds niet onder controle. Ik ken zijn naam nog steeds niet, maar mijn lichaam herinnert zich elk detail van stoel 15.
Lees ook onze andere spannende rubrieken:
- Opgebiecht, waargebeurde verhalen van lezers
- Alle 18+ artikelen