Bron: Canva. Bloedbanken voor dieren bestaan, helaas nog wel te weinig.
Ook dieren kunnen in nood raken en hebben dan, net als mensen, bloed of plasma nodig om te overleven. Na een ongeluk, bij een ernstige ziekte of tijdens een operatie kan een bloedtransfusie voor honden en katten letterlijk het verschil maken tussen leven en dood. Wereldwijd ontstaan daarom steeds meer initiatieven om dierlijke bloedtransfusies sneller, veiliger en beter te organiseren. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat de grootste uitdagingen soms verrassend dichtbij liggen, zoals het aanhoudende tekort aan kattenbloed in Nederland.
Waarom hebben dieren bloedtransfusies nodig?
De meest voorkomende redenen bij honden en katten zijn:
- Acute bloedingen na een ongeluk (bijv. aanrijding)
- Operaties waarbij bloedverlies groter is dan verwacht
- Ernstige bloedarmoede (anemie) door ziekte, afbraak van rode bloedcellen of bloedverlies
- Stollingsproblemen, waarbij plasma of specifieke componenten nodig zijn
- Vergiftigingen, bijvoorbeeld door stoffen die de stolling beïnvloeden)
Net als bij mensen geldt: bij spoed is er vaak weinig tijd en dan is het belangrijk dat het juiste bloed (of de juiste vloeistof) snel beschikbaar is.
Bloedgroepen bij dieren: katten zijn kritisch, honden zijn divers
Een transfusie is niet zomaar ‘bloed erbij’. De boedgroepovereenkomst moet ook kloppen:
- Katten hebben 3 bloedgroepen
- Honden hebben maar liefst 13 bloedgroepen
Dat maakt de dierenbloedvoorziening complexer dan veel baasjes denken. Vooral bij katten kan het lastiger zijn om snel de juiste bloedgroep te vinden, zeker als het om zeldzamere bloedgroepen gaat.
Tekort aan kattenbloed in Nederland
Ook in Nederland speelt dit thema volop. De bloedvoorraad voor honden is schaars. Voor katten is er zelfs een tekort. In noodsituaties kan het gebeuren dat dierenartsen moeten zoeken naar een geschikte donor, tijd die er soms niet is. Het tekort geldt met name voor katten met bloedgroep B.
Dierenartsen merken dat baasjes vaak twijfelen om hun huisdier bloed te laten doneren, of weten er niet van. En de grootste zorg van huisdiereigenaren is of het dier er wel tegen kan, bloedgeven.
In de praktijk valt dat gelukkig mee: er wordt maar een kleine hoeveelheid bloed afgenomen, en daar merken de dieren doorgaans niet zo veel van, mits het dier geschikt is en de afname zorgvuldig gebeurt.
Nieuwe hondenbloedbank in Engeland
Een mooi voorbeeld van hoe je bloed doneren laagdrempelig maakt voor huisdiereneigenaren, komt uit Rutland in het Verendigd Koninkrijk. Daar is dit jaar een nieuwe bloedbank voor honden geopend.
Wat dit initiatief zo sterk maakt:
- Eén hondendonatie kan het leven redden van wel 4 andere honden
- Een donatie-afspraak duurt ongeveer 40 minuten
- Elke hond krijgt vooraf een gezondheidscheck
- Donorcriteria: minimaal 25 kilo, leeftijd 1 tot 8 jaar
- En: na afloop krijgt elke hond een goodiebag als bedankje mee naar huis
Dit laat zien dat duidelijke voorwaarden, goede screening en een positieve ervaring helpen om meer donoren te krijgen.
Landelijke richtlijnen voor dierenbloedbanken in India
In India is recent iets belangrijks gebeurd: voor het eerst zijn er landelijke richtlijnen opgesteld voor bloedbanken voor huisdieren en vee. Daarin staat onder meer:
- welke dieren donor mogen zijn
- welke veiligheidseisen gelden
Voorheen werden er in India relatief veel transfusies uitgevoerd zonder duidelijke protocollen. Landelijke afspraken zijn een grote stap vooruit, omdat ze zorgen voor meer veiligheid, meer uniformiteit en meer vertrouwen.
Lees ook: Franse boeren gebruiken acupunctuur bij koeien: De opkomst van natuurlijke dierenzorg.
In Australië: zoutoplossing van mensenbloedbanken naar dierenklinieken
Niet alleen bloed zelf is van waarde. In Australië heeft de bloedbank Lifeblood een praktische oplossing gevonden voor iets dat anders wordt weggegooid: bij bloed- en plasmadonaties van mensen blijven soms kleine hoeveelheden zoutoplossing over. In plaats van dit te verspillen levert Lifeblood elke maand zo’n 5 duizend zakjes zoutoplossing aan meer dan 100 dierenklinieken in het hele land. Waarvoor gebruiken dierenklinieken het?
- bij uitdroging
- tijdens operaties om de bloedsomloop stabiel te houden
- niet alleen voor honden en katten, maar ook voor wilde dieren zoals koala’s
Zo krijgt restmateriaal van menselijke donaties toch een waardevolle bestemming.
Hoe zit het dan in Nederland en België in de praktijk?
Nederland werkt in de diergeneeskunde meestal met regionale systemen: grotere (spoed) dierenklinieken en doorverwijscentra hebben vaak een eigen donorbestand of roepen donoren op wanneer er dringend bloed nodig is. Het genoemde kattenbloedtekort (met name bloedgroep B) maakt duidelijk dat er behoefte is aan:
- meer donorkatten
- meer bewustwording bij baasjes
- goede logistiek (snel kunnen matchen en handelen)
Ook in België is de dierenbloedvoorziening doorgaans niet één nationale centrale dierenbloedbank, maar vooral georganiseerd via:
- grotere dierenziekenhuizen/doorverwijscentra
- (soms) universitaire klinieken
- lokale netwerken van geschikte donoren
De belangrijkste overeenkomst met Nederland: bij spoed draait alles om beschikbaarheid, snelheid en overeenkomst, en dat lukt alleen met voldoende geregistreerde donoren.
Donoren maken het verschil
Van een nieuwe hondenbloedbank in Engeland tot landelijke richtlijnen in India en slim hergebruik van zoutoplossing in Australië: wereldwijd is er een positieve beweging voor dierenbloeddonatie. Tegelijkertijd laat de situatie in Nederland zien dat we nog stappen mogen zetten, vooral bij kattenbloed en specifieke bloedgroepen zoals bloedgroep B.
Hoe beter het donornetwerk, hoe kleiner de kans dat een dierenarts bij spoed moet wachten op een passende donor.
Bronnen:
Sanquin, De Standaard