Hoe ongelijkheden van de tweede graad in één onbekende oplossen?

Hallo,
ik heb binnenkort toets hierover en kan alles zelf t.e.m. het opstellen van de tekentabel. Maar bij het aflezen van de oplossing weet ik niet met wat ik rekening moet houden.Wanneer heb je 2 of 1 paar haakjes en wanneer zijn ze open of toe?

Weet jij het antwoord?

/2500

Eerst breng je alles naar één kant en maak je er een gelijkheid (vergelijking) van. Je hebt nu een kwadratische functie en die los je op de gebruikelijke manier (bijv. met de abc-formule) op. Dan heb je de nulpunten van de functie. Deze nulpunten verdelen de x-as in intervallen. Voor ieder van die intervallen kies je een x-waarde en die vul je in in de oorspronkelijke ongelijkheid. Zo kom je erachter welke van de intervallen wel en welke niet aan de ongelijkheid voldoen. Let goed op of de grenswaarden (de nulpunten dus) wel of juist niet aan de ongelijkheid voldoen. Afhankelijk daarvan bepaal je of het open of gesloten intervallen moeten zijn.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100