Lettersommen en vleksommen hoe hoe los je die op? Gewoon voor beginners.

Toegevoegd na 1 uur:
Lettersommen zijn veel ingewikkelder maar waar leer je de eerste stappen?

Toegevoegd na 1 week:
Het gaat om deze bijvoorbeeld, hoe deze wordt berekend?

In de optelsom hieronder staat elk van de letters A, B, C, D, E, F en H voor een van de cijfers 1 tot en met 7 (dezelfde letter staat voor hetzelfde cijfer, en verschillende letters staan voor verschillende cijfers).

ABCABA
BBDCAA
ABEABB
ABDBAA
------- +
AAFGBDH

Hoe ziet de optelsom er in cijfers uit?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

vleksommen en lettersommen zijn in principe hetzelfde, want je kan ook elke vlek vervangen door de letter a en dan heb je dezelfde som, maar dan met letters. Dit soort sommen staan beter bekend onder de naam vergelijkingen. Bij een vergelijking heb je een uitdrukking aan de linkerkant die gelijk wordt gesteld aan de rechterkant. bijvoorbeeld. 4*a - 7 = 2*a + 3 hier heb je dus een onbekende, je wilt erachter komen welke waarde a kan hebben waarvoor deze vergelijking klopt. Je lost deze sommen op door te zorgen dat je aan de linkerkant alleen nog maar een a hebt staan en aan de rechterkant een getal, met als regel dat je aan de linker- en rechterkant telkens hetzelfde moet doen, anders klopt de vergelijking niet meer. we beginnen met bij beide kanten 7 op te tellen om aan de linkerkant alleen nog 4*a over te houden, want we weten dat geldt: 4*a - 7 = 2*a + 3 dan geldt ook: 4*a - 7 + 7 = 2*a + 3 + 7 4*a = 2*a +10 nu willen we de 2*a van de rechterkant weghebben, omdat we aan de rechterkant alleen een getal willen hebben. Om dit voor elkaar te krijgen moeten we er dus 2*a vanaf halen. Dit moeten we dan ook aan de linkerkant doen, ander klopt de vergelijking niet meer. we krijgen: 4*a - 2*a = 2*a +10 - 2*a 2*a = 10 (4*a - 2*a = 2*a, want 4 appels min 2 appels is ook 2 appels) nu hebben we 2*a aan de linkerkant en we moeten naar 1*a. Om daar te komen delen we alles door 2: (2*a) : 2 = 10 : 2 a = 5 nu hebben we gevonden dat a (of vlek) gelijk is aan 5. we kunnen controleren of dit klopt door in de oorspronkelijke vergelijking 5 in te vullen voor a. 4*a - 7 = 2*a + 3 4*5 - 7 = 2*5 + 3 20 - 7 = 10 + 3 13 = 13 Dit klopt, dus als je a gelijk is aan 5 zijn beide kanten van de vergelijking aan elkaar gelijk en dat is dan je oplossing. Hoop dat je het een beetje begint te begrijpen nu.

Voor vleksommen staat er een goede uitleg in de link. http://www.kinderenlerenrekenen.nl/paged/538/vleksommen/

Vleksommen doe je zo: je hebt wat cijfers en een vlek (*), bijvoorbeeld 12+*=19. wat op de vlek moet komen te staan is 7, want 12+7=19. Of deze: 35*7=28. op de plek van de vlek moet een - komen te staan, want 35-7=28. Snap je het? Lettersommen kunnen heel verschillend zijn, maar als je de waarde van elke letter weet dan zijn ze heel makkelijk. Bijv.: a=3, b=4, c=5, d=6 enz. Dan word a+f 3+8 en 3+8=11. Letter elf is i, dus a+f=i. Je kan vleksommen en lettersommen ook door elkaar doen. Dat kan op twee manieren: a+*=i, of dat op de plek van de vlek een letter komt te staan, dus 12+H=19, dus dan weet je dat de H het cijfer 7 is. Zo kan je de waarde van alle letters ontdekken. We doen een som: 4xB=12, 50-L=41, 12-3=O, 2+Y=10, 9x5=BF. Wat is dan B+F? En O-B? Geef het antwoord in de reacties.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100