hoe kan bij een mechanische klok de energie in de tandwielen komen nadat de energie in de mainspring is gekomen?

nadat je een mechanische zak horloge heb opgewonden is er energie in de mainspring gekomen, die energie wordt daarna in de tandwielen vervoert, hoe kan dit?

Weet jij het antwoord?

/2500

Tijdens het opwinden van de veer draaien al de in het filmpje getoonde “goudkleurige” tandwielen niet mee, maar door een mechanisme met palletjes (zoals bij de trappers van een fiets) is het wél zo dat de opgewonden veer zich alleen maar kan ontspannen door een tandwiel aan te drijven. Dat eerste tandwiel drijft een volgend tandwiel aan, dat tweede weer een derde, enzovoort. Door de op het ene tandwiel veel tandjes te hebben (groot wiel), en op het volgende weinig (klein wieltje), zal elk volgend asje een stuk sneller ronddraaien dan het voorgaande. Hiervan maakt men gebruik door een traag asje de uurwijzer te laten bewegen, en een volgend sneller asje de minutenwijzer. En weer een volgend asje de nóg snellere secondenwijzer. Nu zou elke opgewonden veer zich liefst meteen weer willen ontspannen. Dat zou betekenen dat de uurwijzer snel ronddraaiend pakweg een keer of vijftig rond zou gaan, en dan is de veer weer ontspannen. De via de tandwielen gekoppelde minutenwijzer zou daarbij eenzelfde poosje knoerthard draaien, en de secondenwijzer zou niet eens meer te zien zijn, zo hard zou die moeten gaan. Om die hyperactiviteit te beteugelen is er bij het slingeruurwerk van een staande klok een grote slinger, en bij een horloge een balanswieltje. Een slinger kan eigenlijk maar in één tempo op en neer slingeren (net als een schommel: hij kan ver omhoog gaan of niet, maar het aantal schommelingen per minuut blijft gelijk. In een klein horloge is geen plek voor een slinger, maar met een balanswieltje bereik je hetzelfde effect. Dat balanswieltje is een klein rond gewichtje dat op een asje zit. Aan het asje zit (om het begrijpbaar te houden) ook een tweetal tegen elkaar in werkende spiraalveren, die allebei een beetje opgewonden zijn. Als het gewichtje en asje een zwieper rechtsom krijgt, wordt het ene spiraalveertje wat verder opgewonden (en het andere wordt wat meer ontspannen). Dat draaien blijft niet lang doorgaan, want de toegenomen veerspanning van het eerste veertje remt de draaisnelheid al heel snel af tot nul (het ander veertje doet nu niet veel meer), en daarna gaat dat eerste veertje het gewichtje andersom laten draaien. Totdat nu het asje weer snel draait, maar dus linksom, en daarbij wordt nu het tweede veertje ineens strakker opgewonden, en raakt het eerste veertje de meeste spanning kwijt. Dat duurt dus ook weer niet lang, want na korte tijd staat het asje weer stil, en dan gaat het weer rechtsom draaien. (vervolg in reactie)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100