Hoe kan ik de concentratie suiker en eiwit in blanke vla bepalen?

Het gaat hierbij dus om de concentraties van deze stoffen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De onderstaande procedure is een kwalitatieve procedure. De uitkomst is alleen -, + of ++. Wilt u een kwantitatieve procedure dan kunt u het onderstaande aanpassen door een reeks te maken met verschillende hoeveelheden van glucose, caseïne en zetmeel. En dan de verkleuringen te vergelijken met de monsters. Procedure: Standaardoplossingen: glucose (1% w/v in water), caseïne (0,5% w/v in 0,1 M NaOH), zetmeel (1% w/v in water). Reagentia: Molisch (10% α-naphtol v/v in alcohol), Fehlings-A (0,22 M CuSO4), Fehlings-B (1.65 M Na-K-tartraat in 4,5 M NaOH), Jood (0,05 M I2 in 0,25 M KI), Biureet (4 mM CuSO4, 18 mM NaK-tartraat in 13 mM NaOH). Monstervoorbereiding: Van voedsel 3 cm3 fijngemalen en gesuspendeerd in 10 ml water. Voor de Jood en Biureet testen deze suspensie 10 minuten in een waterbad van 100°C verwarmd. Onoplosbare residuen verwijderd door filtratie of centrifugatie. Testen: Molisch: 3 ml testoplossing + 5 druppels Molisch reagens gemengd; daaraan 2 ml 96% zwavelzuur toegevoegd zodat op grensvlak kleine werveling ontstond. Een positieve reactie gaf een blauw-paarse ring. Fehlings: 3 ml testoplossing + 2 ml Fehlings-A en 2 ml Fehlings-B 2 minuten in een waterbad van 100C verwarmd. Bij een positief resultaat werd de helder blauwe oplossing troebel en kleurde geel(+) of oranje(++). Jood: 3 ml testoplossing + 5 druppels Joodoplossing gemengd. Positief is paarse kleur. Biureet: 2 ml testoplossing + 3 ml biureetreagens gemengd. De oplossing kleurde blauw(+/-) tot paars(+). Achtergrond: Glucose is een koolhydraat (Molisch +) en wel een reduceerbare suiker (Fehlings +). Zetmeel is een koolhydraat (Molisch +) en reageert op zijn specifieke test (Jood +). Caseïne is een eiwit (Biureet +).

Je doet een bepaling van het drooggewicht door bij 104 graden te verhitten in hete lucht. Dan kun je wat van dat monster afwegen en destrueren in kokend zwavelzuur bij 190 graden celsius met kopersulfaat of iets dergelijks als katalysator. In de oplossing bepaal je het stikstofgehalte en dat vermenigvuldig je met 6.5 omdat het stikstofgehalte van eiwit 16.5% is. Van een ander gedeelte van het gedroogde monster kun je het vetgehalte bepalen door oplossing in chloroform. Het vet zal voor 9.9 % in het chloroform achterblijven. Het koolhydraatgehalte kan worden bepaald door van de droge stof het eiwitgehalte en het vetgehalte af te trekken. Zetmeel kun je via methode in bovengenoemd antwoord vinden en de rest is lactose (melksuiker) en toegevoegde suiker bij de vlabereiding. Als je dus van de totale droge stof eiwit, vet en zetmeel aftrekt houd je de suikers over. As (mineralen als kalium, calcium en zout, kun je misschien verwaarlozen. Je kunt het asgehalte bepalen in een moffeloven bij 500 or 550 graden celsius. Laatste bron is een samenstelling van custardvla, ter controle van je bevindingen. In de laboratoria van melkfabrieken en dergelijke wordt de meeste melk doorgemeten met infraroodapparatuur, net als de meeste voedingsmiddelen. Aan de hand van het IR spectrum kan dan de samenstelling worden afgeleid. De apparatuur moet wel gekalibreerd worden met monsters van bekende samenstelling (door chemische analyses).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100