waarom is het onwaarschijnlijk dat het leven uit meerdere bronnen is ontstaan vlg. sommigen?

R. Dawkins stelt dat het dna zodanig is opgebouwd dat dat niet op twee plaatsen als bron van leven kan worden herleid. Maar waarom vinden ze dat onwaarschijlijk? Kan ik dat vergelijken als dat bijv op twee plaatsen hetzelde virus onstaat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Kort samengevat (voor een uitgebreide samenvatting zou je iets dat Dawkins of bv Nick Lane moeten lezen): Alle organismen gebruiken niet alleen DNA en RNA, maar ze gebruiken het ook op dezelfde manier om eiwitten te maken. Ook enkele andere fundamentele stukjes biochemie zijn universeel (zoals het gebruik van ATP als bron van energie). Dat wijst er op, dat al het leven afstamt van één LUCA (Last Universal Common Ancestor). Het opvallende is, dat celmembranen NIET universeel zijn, maar fundamenteel verschillen tussen eubacteria en archaia, wat suggereert dat LUCA geen celmembraan had.

Het onstaan van het leven is een uiterst zeer complex proces. Naar mate de wetenschap er meer van ondekt, hoe complexer het feitelijk lijkt te zijn geweest. Het genetische materiaal, DNA en RNA, bestaat uit nucleotiden. In levende dingen zijn nucleotiden altijd “rechtsdraaiend.” (Ze worden zo aangeduid omdat een straal van gepolariseerd licht die er doorheen schijnt roteert zoals een rechtsdraaiende schroef). Nucleotiden ontstaan zelden buiten levensvormen, maar als dat wel gebeurt, dan is de helft "linksdraaiend"en de andere helft "rechtsdraaiend". Iedere soort aminozuur, die ontdekt wordt in niet-levend materiaal of die gesynthetiseerd wordt in een laboratorium, komt in twee chemisch gelijkwaardige vormen. De helft is "rechtsdraaiend" en de helft is "linksdraaiend", precies elkanders spiegelbeeld. Maar aminozuren in levensvormen, waaronder planten, dieren, bacteriën, molds en zelfs virussen zijn in wezen allemaal "linksdraaiend". Er is geen enkel natuurlijk proces bekend dat in staat is om de linksdraaiende dan wel de rechtsdraaiende variant te scheiden. Een soortgelijke constatering kan gedaan worden voor een speciale klasse van organische bestanddelen, namelijk “suikers.” In alle levensvormen zijn suikers "rechtsdraaiend". Voor zover wij nu weten ontstaan uit natuurlijke processen ongeveer gelijke hoeveelheden linksdraaiende en rechtsdraaiende suikers. De statistische waarschijnlijkheid dat toevalsprocessen resulteren in ook maar één klein proteïne molecuul met alleen linksdraaiende aminozuren is nagenoeg nul. Toegevoegd na 3 minuten: Dan is het volgende probleem als het proteïne molecuul al zou kunnen ontstaan, hoe moet het dan vanzelf gaan leven ?

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100