wie kan mij deze wiskunde som uitleggen? vergelijkingen, ik moet berekenen hoe hoog 2 bomen groeien na een bepaald aantal dagen?

Deze info krijg ik;
Begin experiment: 1 Augustus 2008
Plant 1: 1,2m hoog en groeit 12 cm per dag.
Plant 2: 4m hoog en groeit 8cm per dag.

A: Ik moet een formule maken voor de hoogte in cm.
T = Tijd, T = 0 op 1 Augustus.

B: Gebruik een vergelijking om te bereken op welke tijd (T) de planten even hoog zijn.

C: Gebruik een vergelijking om te berekenen op welke tijd (T) plant 2 twee keer zo groot is als plant 1


Ik heb dit geleerd voor de zomervakantie en ben nu vergeten hoe ik dit moet oplossen.


*Ik hoef geen antwoorden, alleen de uitleg want antwoorden geven op huiswerk vragen is verboden op GV!*

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

A. De lengte bereken je door de gegeven lengtes om te rekenen naar centimeters. Dus de gegeven lengte van iedere plant x 1000 cm. B. De vergelijking is. (lengte plant 1) + xT = (lengte plant 2) + y T (x = groei plant 1 per dag. En. y = groei plant 2 per dag) C. 2 x ((lengte plant 1) + xT) = (lengte plant 2) + yT (x en y zijn dezelfde als bij B)

Gegeven: T = Tijd die je per dag telt. De planten (of bomen?) groeien per dag, wel een verschillend aantal centimeters, maar voor beide planten is dit dezelfde waarde, of hetzelfde aantal groeidagen. In de formules is de beginlengte van de plant en het aantal centimeters die hij groeit per dag direct in te vullen. Hoef je geen letters voor te verzinnen. Werk in dezelfde eenheden dus niet de een in meters en de ander in centimeters. Dit werkt lastiger en onnodig. Maak er gewoon centimeters van. Letter K = de eindlengte van plant 1 na T dagen groeien. Letter L = de eindlengte van plant 2 na T dagen groeien. Antwoord op vraag A: om te kijken hoe groot plant 1 is na T dagen wordt dan: "K = (120 + ( T x 12 )". Voor plant 2 verander je K in L, 120 in 400 en 12 in 8. Vul voor T een aantal dagen in en maak de sommen. Antwoord op vraag B: beide letters moeten dan even groot zijn (de antwoorden) dus "K = L" (vervang voor beide letters de vergelijkingen van antwoord A) => 120+(Tx12) = 400+(Tx8). Deze vergelijking ga je bij het oplossen, vereenvoudigen door wat links danwel rechts staat, tegengesteld naar de andere kant van het "=teken" te zetten. 12T = 400-120 + 8T => 12T - 8T = 280 => 4T = 280 => T = 70 (dagen na 1 augustus). Vul dit in en je ziet dat beide planten 9m60cm zijn. Antwoord op vraag C is soortgelijk alleen nu plant twee, L dus, is twee keer zo groot als K. Dat wil dus zeggen dat na alle berekeningen je twee keer plant 1 moet hebben om de lengte van plant 2 te krijgen. dus: 2xK = L => (formules invullen maar wel alles van K tussen haakjes anders wordt er maar een gedeelte verdubbeld) 2(K)=L => 2 (120+(Tx12)) = 400+(Tx8) => 240+24T = 400+8T => 24T = 400-240+8T => 24T-8T = 160 => 16T=160 => T=10 (dagen na 1 augustus). Ik hoop dat je het kan volgen en ik je dus geholpen hebt met het uitleggen van hoe je een vergelijking moet maken.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100