Wie schrijft er hier ter plaatse een verhaaltje van max. 25 regels?

Zeer leerzaam spelletje, omdat het formuleren van vragen en antwoorden eigenlijk ook verhaaltjes zijn.
Ook dan moet je antwoord goed duidelijk en leesbaar zijn.
Tevens moet je dan ook precies vertellen wat je wil zeggen, of antwoorden.
Er moet een begin in zitten en een eind.
Eigenlijk lezen we hier allemaal verhaaltjes maar dan wel je eigen boodschap ,of uitleg.
Je kunt kiezen uit 3 onderwerpen: twee huismusjes, het buurmeisje, de weddenschap.
Ik ben zeer benieuwd!!
10 punten voor het beste verhaaltje!!!!

Nooit eerder was een keuze te maken welke het beste antwoord was zo moeilijk voor me.
Jullie hebben mijn verwachting ver overtroffen, er zitten zeker 6 juweeltjes van verhaaltjes bij!
Ik ga ze zeker bewaren, heel erg bedankt voor al jullie inzet!!!!!!!!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het buurmeisje Vliegje Ronkmaardoor werd geboren op de eerste dag van mei.Het was een prachtige dag, er scheen een zacht zonnetje en de meiklokjes wiegden heen en weer op het ritme van de wind. De volgende dagen genoot vliegje Ronkmaardoor uitbundig van zijn leven, zoals alleen een pasgeboren insect dat kan.Hij vloog van mesthoop tot paardevijg, hij snoof,klapperde met zijn vleugeltjes , waste zijn pootjes, en was blij geboren te zijn. Samen met andere vliegjes vloog hij de weiden in.Ze speelden in het gras, wapperden aan de oren van de koeien en de paarden. Toen begon het te regenen.Uren aan een stuk bleef het gieten. Vliegje Ronkmaardoor kreeg het koud en vluchtte de keuken van de mensen in. Hij viel er in slaap en droomde van de zon en het gezoem op de weide.Toen hij wakker werd hing er een nieuw ding in de keuken.Het was bruin en wapperde heen en weer. Blij vloog hij erop af.Hij landde en rook meteen een nare geur.Even verzitten, dacht hij. Maar hoe meer hij rukte, hoe meer hij vast geraakte. Hij keek uit het keukenraam en zag de regen neerdruppelen. Hij sloot zijn oogjes en dacht aan de groene weide. Plots voelde hij een handje dat hem heel voorzichtig losmaakte en van het lint trok. Hij keek omhoog en het buurmeisje zei: "Ik hoop dat je hier nooit meer op gaat zitten.'

DE WEDDENSCHAP Ik wed dat ik 't korste gedicht weet: A ha!

twee huismusjes zij zaten te knuffelen op mijn hek ik keek er liefdevol naar! Toen vlogen ze weg.. de horizon tegemoet! Toegevoegd op 18-06-2009 17:55:22 wat is er nou mis met m'n verhaaltje ? :) Toegevoegd op 18-06-2009 18:43:08 ps mijn idee van 25 regels waren 25 woorden :)

Tjip en Tjap zijn twee musjes, die elkaar hebben leren kennen op de boulevard van Scheveningen. Het was een warme, zonnige dag en ze hadden allebei erge honger. Een oude dame die een patatje aan het eten was, gooide steeds kleine stukjes op de grond. Tjip was er als eerste bij, brutaal en hongerig als hij is. Tjap vroeg hem: "vind je het goed als ik een stukje mee-eet? Ik heb ook zo'n honger." Tjip zei: "vooruit dan eten we samen, vind ik eigenlijk wel net zo gezellig." Beide aten hun buikje vol tot de oude dame was uitgegeten en het feestje voorbij was. Tjip en Tjap raakten wat aan de praat en werden dikke vriendjes. Ze zijn nog regelmatig in Scheveningen te vinden samen. Dus als je de volgende keer een patatje eet, kijk dan naar ze uit en geeft ze een stukje. Je kunt ze makkelijk herkennen: Tjip is dik en grijs, Tjap is dun en een beetje bruin van kleur. En ze zijn onafscheidelijk.

Het buurmeisje. Voorzichtig keek ze over het hek. Waarom woon jij bij de buren?", vroeg ze. "Goeie vraag", dacht ik, maar lastig te beantwoorden. "Ja..., ik woon gewoon hier" zei ik. "Met je vader?, vroeg ze toen. "Nee, zei ik", "met mijn man". "Nietes" zei ze. In een welles/nietes spelletje had ik weinig zin, dus stelde ik een vraag: "Met wie woon ik hier dan?" "Nou gewoon met de buurman" zei ze en ging weer weg. Mijn man lag in een deuk : "Hahaha je bent getrouwd met de buurman!". Geen speld tussen te krijgen, maar ik had toch het gevoel dat er iets niet klopte.

Go David, go David, hoorde ik het groepje kinderen roepen die op het schoolplein stonden. Ik was nieuwsgierig en liep op het rumoerige groepje af. In het midden, omhuld door een de springende en joelende kinderen, stond een jongen. Dat zal David wel zijn, dacht ik. Ik vroeg aan een jongetje die wat op afstand van het groepje stond wat er aan de hand was: David had gewed met Marco uit zijn klas dat hij voor 5 euro een worm op zou eten na schooltijd. En nu was het dus zo ver, David had de worm in zijn hand en sommige kinderen keken vol afgrijzen naar hem. De meisjes durfden niet te kijken en hielden de handen voor hun ogen. De jongens moedigden David aan: eet hem op, bluf David, durf je nooit! David was een stoere jongen uit de klas en veel kinderen keken tegen hem op. Hij had dus zijn reputatie in stand te houden. Daar stond hij dan en keek de worm strak aan. Hij had zijn mond stijf dicht en hield de worm wat van zich af. Hij had nog 1 minuut de tijd om hem op te eten, dus bracht zijn hand wat dichter bij zijn mond en deed zijn ogen dicht. Nog 10 seconden.. Langzaam ging zijn mond open en hing de worm er vlak boven. 5...4...3.. Hij deed zijn ogen even open om te kijken hoe dicht de worm nu bij zijn mond hangt. 2...1... en David nu gooide de worm van zich af en hard weg uit het groepje. Iedereen lachte hem uit en zeiden: mietje, we zeiden het toch. De volgende dag kwam hij weer op school en daar, op zijn bureautje lag de worm met een briefje er bij: Ik heb gewonnen. De worm was doorgebeten en mistte een helft. Wat bleek: Marco die hem geld zou geven, had nadat David gister weg was gerend, de worm opgepakt en er een stuk afgebeten. David was niet meer de stoere jongen uit de klas, maar Marco!

Nog niet al te lang geleden, toen de lente net begon, liepen twee oude schoolvrienden, Stefan en Sander over de boulevard in Scheveningen. Ze hadden elkaar al een 4 jaar niet gezien, er was een hoop gebeurt in het leven van beide vrienden. Sander, een jongen uit een familie met een lange geschiedenis van welvaart en rijkdom, had zonder zijn opleiding een vervolg te geven, zijn heil gezocht in het bedrijf van zijn vader, waarin hij nu opgeklommen was tot adjunct-directeur. Hij vertelde trots over zijn trouwplannen en het succes dat hij met het bedrijf had. Stefen kwam daarentegen uit een arbeidersfamilie en moest het doen met een ondersteunende functie in een warenhuis. 'Het doel van het leven is het aangaan van uitdagingen, en deze tot zo'n goed mogelijk resultaat te brengen', stelde Sander. Stefan kon zich hier wel in vinden, maar vond het erg jammer dat zijn leven weinig uitdagend was, reageerde hier verbitterd op. 'Jij bent gewoon uit het gat van de juiste vrouw gekomen, daardoor heb jij nu zo makkelijk praten, waar het om draait in het leven is het genieten ervan.' 'Geniet jij dan niet van uitdagingen?' vroeg Sander enigszins geërgerd ' Jij was altijd die verlegen jongen die nooit iets durfde. Je durfde zelfs niet eens op dat meisje af te stappen die jou altijd leuk gevonden heeft. En jij vond haar ook leuk, hoe heette ze ook al weer?' 'Linda' antwoordde Stefan met pijn in zijn hart 'Ik zie haar nog wel eens hoor, maar je hebt gelijk, ik ben gewoon een watje als ik eerlijk ben'. 'Ik word ook niet gepushed om iets spannends te doen' 'Ik daag jou uit ter plekken uit om van de pier te gaan bungeejumpen, wedden dat je dat niet durft!' Sander zag Stefan twijfelen, en deed er nog een schepje bovenop. ' Als jij hier gaat bungee jumpen, zorg ik ervoor dat jij en Linda een avondje samen gaan dineren, op mijn kosten!' Toegevoegd op 18-06-2009 18:59:33 Teveel tekens, zie reactie voor de plot

Een bankier en een jonge advocaat bediscussieren het feit of de doodstraf erger is dan levenslange gevangenisstraf. Ze gaan een weddenschap aan, en de bankier belooft de jonge man 2 miljoen euro als hij vrijwillig 15 jaar in de gevangenis gaat zitten. De advocaat gaat de bak in en brengt de tijd door met boeken lezen. Inmiddels krijgt de bankier last van de credietcrisis en als de 15 jaar bijna voorbij zijn, realiseert hij zich dat hij het geld niet kan betalen. Het enige dat hem rest is de advocaat te vermoorden als hij vrijkomt. Als de bankier bij de gevangenis aankomt vindt hij een lege cel met een briefje, waarin staat dat de advocaat niet meer gehecht is aan goederen en geld en dat hij daarom vijf minuten voor het einde van de 15 jaar weg is gelopen. Zonder het te weten redde hij zijn eigen leven hiermee.

Onze held Willi Broni had net zijn ontbijt, twee niet misteverstane boterhammen belegd met pindakaas en van die bosvruchtenhagelslag, verorberd, toen de Paarse Bever bij hem aanbelde en hem terstond uitdaagde voor een ongebruikelijk weddenschap. "Zie hier," zei de Paarse Bever en hij haalde iets uit zijn zak, "ik heb hier een paperclip. Ruil deze net zo lang tot je in het bezit bent van een villa met zwembad. Je hebt een kwartier. Mislukking betekent de dood! Lukt het je wel, maak ik er een einde aan!" Willi nam de paperclip aan en bekeek deze met enige aandacht. Uit een boek wist hij dat dit machientje uitgevonden was om papier bij elkaar te houden. Een zeer ingenieuze vinding. De Paarse Bever greep naar de stopwatch om zijn nek. “Je tijd gaat nu in… GO!” Toevalligerwijs beschikte zijn buurman over een villa en een zwembad. Hij belde aan. “Ah, Broni, goeie jongen. Hoe kan ik je helpen?” “Ik heb hier een paperclip, buurtje. Wilt u die misschien ruilen voor uw huis hierzo?” “Een paperclip? Laat es zien!” Gretig en flux rukte hij de machinerie uit Willi’s hand. “Oh! Een zeer zeldzaam exemplaar! Natuurlijk ruil ik die graag met je! Oh, wat een geluk! Dank je wel, brave Broni!” En de buurman was vertrokken. De inboedel liet hij achter, zijn vrouw incluis. “Mazzeltje,” zei de Paarse Bever nijdig, en hij haalde het mes tevoorschijn.

Er waren eens twee huismusjes. De huismusjes leefden in een vogelhuisje in de tuin van een 3-jarig meisje. In het vogelhuisje hadden de twee huismusjes een nestje gebouwd. Er lagen twee kleine eitjes in dat nestje. Het meisje wist dat de twee huismusjes in het vogelhuisje woonden, maar ze wilde ook graag weten of er baby-musjes waren. Haar vader was een grote sterke man en hij hing voor het meisje een webcam in het vogelhuisje. Nu kon het meisje op de tv in het huisje kijken. Op een dag was het meisje naar de tv aan het kijken toen ze zag dat de eitjes uitkwamen. Het meisje vond dat heel erg interessant. Het huismusjesechtpaar was druk in de weer. hun eitjes waren uitgekomen en ze moesten de kuikentjes voeden. Ze vlogen af en aan met wormen. Toen zagen ze een raar zwart dingetje in hun huisje. Ze bekeken het goed, maar hadden geen idee wat het was. Het meisje keek weer naar de tv en wat zag ze!? De musjes keken recht in de camera! Ze werd er een beetje bang van. Haar vader schrok toen hij zag dat ze bang werd. Toen de musjes even weg waren liep hij naar het vogelhuisje en haalde de webcam weg. De musjes konden nu in alle rust leven en het meisje hoefde niet meer bang te zijn voor recht in de camera kijkende musjes.

Er woont een meisje vlak naast mij ... ze is een hele mooie De lentezon verschijnt alweer; het ijs begint te dooien Ik heb gewed; met een vriend Het meisje ooit te vlooien. Ik bouw een nest, formaat voor twee; en vraag het mooie meisje Wil jij eens in mijn nestje zijn; mijn zelfgemaakt paleisje Ze zegt waarom; geef mij een goede reden Mijn vriend die staat te lachen, zomaar daar beneden Mijn charm' verslaat de logica, het meisje overstag Het duurde nog geen week, voordat het eitje lag Twee musjes met een ei erbij, dat is ons gegeven Verrassend dat zo'n weddenschap deel is van het leven

de mus was alleen. Hij miste het gevoel, miste wat hij ooit had gekend. Ooit, in een grijs verleden was er een tweede mus geweest. Zijn vriend en zijn alles. Maar op een dag in december, het sneeuwde, was hij er opeens niet meer. De mus had nog gezocht maar kon hem niet meer vinden. Sindsdien is hij dus alleen. Nu is het mooi weer, de zon schijnt en het is warm. De mus zit de rand van het tuinhek in een verlaten straat. De verf is een beetje afgebladerd, en het is zo warm. De mus gaat verzitten, geniet van de warmte die doordringt tot in de kleinste donsveertjes op zijn buik. Sinds de verwijning van zijn vriend heeft hij een hekel aan kou. Zo komt hij de zomer door, af en toe vangt hij een rups, maar eigenlijk denkt hij aan vroeger, aan de goede tijden met zijn vriend. In de boom aan de overkant zit nog een mus. Die heeft wel door wat er aan de hand is. zij besluit in te grijpen, en ervoor te zorgen dat de ander niet wegkwijnt. Ze slaat haar vleugels uit, en vliegt door de warme lucht naar het hekje, landt bij de ander. Hij accepteerde het, en de wazige blik uit zijn ogen verdween. Zij was blij voor hem, maar had in de gaten dat hij toch nog terugdacht aan vroeger, aan de tijden van eerst. En toen begon het te sneeuwen... Toegevoegd op 20-06-2009 15:05:56 (sorry voor de typefoutjes)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100