waarom besnijden christenen zich niet?

Omdat het duidelijk in het oude testament staat.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Omdat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Joden besnijden overigens wel. Toegevoegd na 4 minuten: Iets preciezer: "Na de komst van Christus is de christelijke doop de ware besnijdenis. Dit betekent dat een Jood niet meer van Gods volk is - al is hij lichamelijk besneden - tenzij hij Jezus aangenomen heeft en zich heeft laten dopen." Dus doordat Jezus is gekomen werd de doop de besnijdenis. Logisch dus dat moslims en joden nog wel besnijden omdat zij Jezus niet als de Christus zien, de zoon van God etc. http://gemeente-van-christus.org/preken/Davison/Roy/besnijd.html Toegevoegd na 4 minuten: Voor de duidelijkheid: Jezus kwam in het nieuwe testament en dat deel wordt niet door de joden gebruikt maar wel door de christenen.

Omdat dit teken slechts gold onder de oude bedeling voor de joden en hen, die zich bekeerden tot God, voordat Jezus kwam om plaatsvervangend te lijden en sterven voor onze zonden. Jezus is de Enige die dit kan doen, Hij is de enige mens die die zonder zonden geleefd heeft,omdat Zijn Vader-component (God, Geest) sterker was Zijn moeder component (mens, lichaam) Ook wordt in het volk Israel alles stoffelijk, lichamelijk getoond, waar de gemeente, na Zijn dood onzichtbaar, geestelijk is. Het teken van dit nieuwe verbond is dan ook de drinkbeker (Lukas 22:20) waarbij de gelovige Hem herdenkt. En de doop (welke betekent onderdompeling, NIET een paar spettertjes water op het hoofd van een onbewust wezentje) symboliseert het schoongewassen geweten, welke nu de werkingen van dat zondige lichaam heeft gedood, begraven als het ware, en opgewekt wordt in/tot een nieuw leven.(rom 6:4) Een besnijdenis dus, die NIET MET HANDEN geschiedt.(col 2:120

Mannelijke personen in het oude verbond werden besneden als teken dat zij onder de Wet stonden . Nadat de christelijke gemeente van start was gegaan, waren sommigen van mening dat niet-joodse christenen ook besneden moesten worden. Maar de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem, die zich lieten leiden door Gods Woord en door heilige geest, bemerkten dat dit niet nodig was (staat in het boek Handelingen 15:1, 5, 28, 29). Een paar jaar later zei Paulus: „Niet hij is een jood die het uiterlijk is, noch is besnijdenis dat wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt. Maar hij is een jood die het innerlijk is, en zijn besnijdenis is die van het hart, door geest, en niet door een geschreven reglement” (Brief aan de Romeinen 2:28, 29). De letterlijke besnijdenis had, zelfs voor vleselijke joden, geen geestelijke waarde meer in Gods ogen. Voor degenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen, moet het hart, niet het vlees, besneden worden. Elke gedachte, begeerte en beweegreden die God mishaagt of in zijn ogen onrein is, moet uitgebannen worden.

De eerste christelijke gemeentes bestonden deels uit Joden en deels uit heidenen (niet-Joden) die zich hadden bekeerd tot het christendom. Het besnijden van jongetjes was een gebod dat gegeven was aan de Joden, als teken dat ze bij Gods volk hoorden. In de christelijke gemeentes was niet iedereen besneden, omdat het niet alleen Joden waren. De Joodse christenen vonden dat niet-Joden zich eerst moesten laten besnijden, dus eigenlijk eerst tot het Jodendom moest bekeren, om daarna christen te kunnen worden. Maar dat is nu juist niet de leer van Jezus: je hoort niet automatisch bij God omdat je tot het Joodse volk behoort, maar je moet voor hem kiezen, en dán hoor je bij God. Een heel belangrijk punt in de prediking van de apostel Paulus is dan ook dat niemand zich bij God ergens op kan laten voorstaan, of dat nu is dat je Joods bent, of dat je heel veel goeds doet - daar gaat het niet om. Waar het om gaat, is dat je bij God komt met lege handen, en toegeeft dat je níets hebt waar je je op kunt laten voorstaan, dus dat je Jezus nodig hebt. En dat iedereen die dat wil, bij God mag horen. Volgens Paulus (Galaten 5) zou je, als je denkt dat je alleen bij God mag horen wanneer je je laat besnijden, teruggrijpen op hoe de relatie tussen God en mensen in elkaar zat vóórdat Jezus kwam, en negeer je daarmee eigenlijk wat Jezus voor ons heeft gedaan. De apostelen zijn speciaal bij elkaar gekomen om te vergaderen over deze kwestie, zie Handelen 15: "Er kwamen enkele leerlingen uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, (..) omdat ze anders niet konden worden gered. Dit (..) mondde uit in een felle woordenstrijd (...) Toen (..) stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij (..) heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’" Oftewel: je hoort bij God door te geloven in Jezus; een besnijdenis is daar niet voor nodig.

Ze staan niet meer onder het oude wetsverbond van Mozes

Bronnen:
zelf