Wanneer moet je een woord met dt of -dt schrijcen eigenlijk?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De d's en t's blijven lastig. Ik heb hier een site voor je die het mij onlangs weer even goed heeft uitgelegd, op een leuke manier: http://www.donaldduck.nl/cursussenentips/1205/#duck

Als het een woord is over "hij". Vervang het ww maar eens met lopen, bijvoorbeeld ik loop, hij loopt. Dit helpt mij om erachter te komen

Je schrijft een woord met een t als je de ik-vorm niet gebruikt: ik loop, jij loopt, hij/zij loopt. Maar er is ook een uitzondering als je de persoonsvorm en het onderwerp omdraait: loop ik, loop jij, loopt hij/zij. Je schrijft een woord met een -dt als het woord al een d heeft aan het eind: ik verspreid, jij verspreidt, hij/zij verspreidt

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100