In welke mate is een verzekeringsarts gehouden aan de artseneed? Hoe verhoudt zich dat tot de uitspraak dat het belang van de patient voorop staat?

"Artseneed van de KNMG en de VSNU van 2003

"Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen. Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig / Dat beloof ik."

Weet jij het antwoord?

/2500

Elke arts is gehouden aan de eed van Hippocrates. Het belang van de patiënt is daarin toch duidelijk. Als de patiënt iets niet wil is dat dus niet in het belang van de patiënt. er staat ook achter "en eerbiedig zijn opvattingen" Eigenlijk simpel, als ik aangegeven heb dat ik bij een eventueel voorkomend geval niet wil gereanimeerd worden, dan is het niet in mijn belang dat ze de toch doen.

Uiteraard is een verzekeringsarts hier ook aan gehouden. Daarom ook schrijft een verzekeringsarts van het UWV bijvoorbeeld een verslag voor de arbeidsdeskundige waarin hij/zij alleen op beperkingenniveau aangeeft wat een cliënt "mankeert". De puur medische informatie is in principe niet relevant voor de arbeidsdeskunde, en zal dus ook niet gedeeld worden. Zo gelden ook de andere zaken uit deze eed/belofte evenzeer: een arts mag de patiënt geen schade doen, moet de grenzen van zijn mogelijkheden erkennen, geen misbruik maken van zijn kennis, etcetera. Voor sommige verzekeringsarts is dit lastig, omdat de regering het UWV een opdracht meegeeft om bijvoorbeeld een bepaald percentage van hun cliënten weer goed te keuren voor de arbeidsmarkt. Onder de zogenaamde "herkeuringen van de Geus" (de grote herkeuringsoperatie jaren '90) is een aantal verzekeringsartsen om deze reden gestopt met hun werk bij het UWV. Zij vonden dat het goedkeuren van mensen die in hun ogen helemaal niet kónden werken, niet te rijmen was met hun verantwoordelijkheid als arts. Maar evengoed zijn er genoeg verzekeringsartsen die echt geloven in hun werk, die een passie hebben voor arbeids- en verzekeringsgeneeskunde, en die graag mensen helpen die vastgelopen zijn op de arbeidsmarkt, en het uitdagend vinden om te werken met alle facetten van dit werk, omdat er niet alleen medisch-technische kennis bij komt kijken, maar ook psychosociale factoren, werkgebonden omstandigheden etc., meespelen in het geheel. Er wordt dus heel verschillend gedacht over in hoeverre dit type werk al dan niet te rijmen zou zijn met het feit dat het zoeken van het belang van de patiënt voor een arts voorop moet staan.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100