Waar komt "de Belastingbetaler" als persoon ineens vandaan?

In de politiek en in allerlei - politieke - discussies gaat het de laatste tijd ineens over "de belastingbetaler" die overal voor opdraait, of die benadeeld wordt door bepaalde regelgeving of politieke beslissingen. Sinds wanneer is voor mensen in Nederland het feit dat zij belasting betalen, zo verweven geworden met hun identiteit? Een aantal jaar geleden kostten bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen "de Nederlandse Staat" een x-bedrag per jaar. Tegenwoordig zijn die kosten voor "De Belastingbetaler".

Uiteraard begrijp ik dat dit op hetzelfde neerkomt, maar het lijkt alsof die "belastingbetaler" ineens een veel grotere rol dan voorheen is gaan spelen in beeldvorming en discussies. In mijn verklarende Nederlandse woordenboeken komt het woord (nog?) niet eens voor, maar toch vertegenwoordigt die Belastingbetaler ineens alle Nederlanders in discussies over de kosten van allerhande zaken die besproken en bediscussieerd worden. Sinds wanneer is dat? Is bekend wie hiermee is begonnen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als de files te lang zijn is dat vervelend voor "de automobilist", en als er op de studiefinanciering wordt gekort, dan is "de student" de dupe. En als de rente op spaartegoeden laag is, dan is het heel vervelend voor "de spaarder". M.i. is je constatering, dat dit nieuw taalgebruik is, niet juist. Op deze manier wordt al heel lang een groep mensen aangeduid, met dezelfde belangen. De woningbezitter, de huurder, de AOW'er, de chronisch zieke en zelfs de internetter. Hieronder een deel van een artikel uit de Nieuwe Leidsche Courant, van 26 oktober 1933, waar ook al van "den belastingbetaler werd gesproken, toen de regering een stuk van de Hoge Veluwe wilde aankopen. In het artikel wordt gesteld dat "dit een noodlottig plan is, in het bijzonder voor den belastingbetaler".

De belastingbetaler heeft bij de "gewone" burger altijd bestaan en werd slechts minimaal gebruikt in sommige politieke discussies. Tegenwoordig zijn een aantal politici er op gebrand om populair over te komen bij het grote publiek gebruiken ze vaker taal die het grote publiek ook gebruikt, het mooiste voorbeeld van dit populistisch taal gebruik is wel: "Doe is normaal man."

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100