Wat is het verschil tussen kennen, kunnen en kannen?

In het Amsterdams?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In het Nijmeegs dialect wordt 'kenne' en 'kunne' ook door elkaar gebruikt... "Kan ik jou nie erreges fan?" "Ik ken nie gaon heur..."

Kannen is geen nederlands werkwoord... Het zijn watercontainers... Kennen is mentaal in staat zijn... Kunnen is fysiek in staat zijn...

Ik KEN met een KAN een kunstje. KUN jij dat ook?

Aangezien het Amsterdams geen officiele taal is, maar een dialect, laat het ook nogal wat ruimte voor interpretatie voor de spreker. In het algemeen worden in Nederland kennen (kennis hebben van, iets weten) en kunnen (in staat zijn iets te doen) al behoorlijk door elkaar gehusseld. Kannen is al helemaal geen bestaand werkwoord, maar wordt inderdaad in het Amsterdams gebruikt als 'synoniem' voor kunnen of kennen, al naar gelang de zin. Wanneer de tal ZO verhaspeld is, is er vrijwel geen onderscheid meer in de betekenis van de woorden an sich. Kennen, kunnen en kannen kunnen dan alledrie zowel kennen als kunnen betekenen, zoals ook het onderscheid tussen liggen en leggen vaak volstrekt willekeurig is.

Als je beter op had gelet, had je een hoop kannen kunnen kennen....

Kennen; weten, beheersen, verstaan. Kunnen; bij machte zijn, in staat zijn, vermogen Kannen; meervoud gebruiksvoorwerp

Je kent iemand. Je kent het boek uit je hoofd. (van het werkwoord kennen) Je kunt iets doen, je kunt iets maken. (van het werkwoord kunnen) In deze zin mag je het woord KUNT ook vervangen door KAN, dus: Je kan iets maken, je kan hard lopen. Het is echter beter om kunt te zeggen. Kan wordt dus soms gebruikt als vervanging van kunt, maar het werkwoord kannen bestaat niet.

Kinnen?

Bronnen:
Splendore

Kennen is iets weten, kunnen is ergens toe in staat zijn. Kannen wordt volgens mij gebruikt in plaats van kunnen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100