Ga naar de inhoud

Nieuwe therapie of gevaarlijke hype? Waarom je kritisch moet zijn op methodes als IFS

IFS therapie Bron: © Canva. IFS noemt zichzelf vernieuwend. Maar wetenschappelijk is het bewijs nog dun. 

Je ziet het overal op social media. In podcasts en tijdschriften. Iedereen heeft het over ‘nieuwe’ therapieën. Vooral Internal Family Systems (IFS) is enorm populair. Het belooft dat je geneest door te praten met je ‘innerlijke delen’. Dat klinkt liefdevol en zacht. Maar is het ook veilig? Experts waarschuwen: “Dat iets populair is, betekent niet dat het werkt.”

Mentale gezondheid is belangrijk. Terecht dat je daar aandacht voor hebt. Maar er schieten steeds meer nieuwe methodes als paddenstoelen uit de grond. Hoe weet je nu wat echt werkt? En wat is gewoon slimme marketing?

Wat is IFS eigenlijk? (Simpel uitgelegd)

Om te snappen waarom experts kritisch zijn, moet je eerst weten wat deze therapie doet. Bij IFS (Internal Family Systems) gaan ze ervan uit dat jij niet één persoon bent. Ze zien je als een soort bus vol passagiers. Die passagiers noemen ze je ‘delen’.

  • De beschermers: Deze delen willen je beschermen tegen pijn. Bijvoorbeeld door heel streng voor jezelf te zijn. Of juist door emoties weg te eten.
  • De gekwetste delen: Dit zijn de bange, jonge stukjes in jou die pijn of trauma dragen.
  • Het zelf: Dit ben jij echt. De ‘buschauffeur’. Rustig en vol begrip.

Het idee? Je vecht niet tegen je problemen. Je gaat in gesprek met die passagiers in je hoofd. Dat voelt heel fijn. Een beetje zoals de film Binnenstebuiten (Inside Out). Maar dat iets fijn voelt, betekent helaas niet dat het je ook beter maakt.

De harde feiten: marketing vs. wetenschap

Hier gaat het vaak mis. In de psychologie is er een groot verschil tussen ‘bewezen therapie’ en een ‘mooi verhaal’.

  • Bewezen therapie: Denk aan Cognitieve Gedragstherapie (CGT) of EMDR. Hiervan is in talloze onderzoeken bewezen dat ze werken. Duizenden patiënten zijn gevolgd. We weten zeker: dit is veilig.
  • De status van IFS: Het instituut achter IFS zegt natuurlijk dat het werkt. Maar onafhankelijk bewijs is er nauwelijks. De meeste onderzoeken zijn heel klein. Of ze zijn gedaan door mensen die zelf geld verdienen aan de methode.

Zoals hoogleraar Tom Beckers zegt: veel van deze ‘nieuwe’ therapieën zijn oude wijn in nieuwe zakken. Ze missen de strenge controle die we in de zorg gewend zijn.

De tekst gaat onder de video verder >>

Het gevaar: als een plaatje werkelijkheid wordt

Is het erg als een therapie nog niet 100% bewezen is? Soms wel. Er zijn serieuze risico’s.

  1. Verwarring in je hoofd: Het idee van ‘delen’ is bedoeld als een voorbeeld. Een metafoor. Maar sommige mensen nemen dit heel letterlijk. Als je psychisch kwetsbaar bent, kan het idee dat er ‘andere stemmen’ in je hoofd zitten juist zorgen voor angst. Je raakt in de war in plaats van rustig.
  2. Kritiek mag niet: In sommige van deze kringen mag je niet twijfelen. Heb je kritiek op de therapie? Dan zegt de therapeut: “Dat is weerstand van een beschermend deel.” Oftewel: jouw twijfel is onderdeel van je probleem. Zo heeft de therapeut altijd gelijk.
  3. Valse hoop: Er worden wonderen beloofd. Als die uitblijven, geef je vaak jezelf de schuld. Terwijl de methode misschien gewoon niet goed was.

Checklist: zo herken je een therapiehype

Wil je aan jezelf werken? Super. Maar laat je niet gek maken. Gebruik deze checklist voordat je ergens aan begint.

1. Wie heeft het onderzocht?

Kijk verder dan de website van de therapeut. Is er onderzoek gedaan door onafhankelijke universiteiten? Of komen alle succesverhalen van de bedenkers zelf?

2. Staat het in de regels?

Psychologen werken met Zorgstandaarden. Dat zijn officiële handboeken. Daarin staat wat de beste behandeling is voor bijvoorbeeld depressie. Wordt de therapie daar niet genoemd? Pas dan op. Is de therapie aanbevolen door officiële instanties zoals de GGZ-richtlijnen?

3. Wat is de opleiding?

Is je therapeut een BIG-geregistreerde psycholoog? Dat is een beschermde titel. Deze mensen hebben jaren gestudeerd. Of is het een ‘coach’ die na een weekendcursus mag behandelen? Bij serieuze klachten: kies altijd voor een echte professional.

Droge feiten: hoe sterk is het bewijs?

IFS noemt zichzelf vernieuwend. Maar wetenschappelijk is het bewijs nog dun.

  • Kleine onderzoeken: De meeste studies zijn klein. Vaak zijn ze uitgevoerd door het IFS Institute zelf. Wij van WC-eend, dus.
  • Het verschil: Dit is anders dan bij bewezen methodes zoals Cognitieve Gedragstherapie (CGT) of EMDR. Daar is grootschalig, onafhankelijk onderzoek naar gedaan.
  • Lichtpuntje? Er zijn wel wat positieve resultaten. Bijvoorbeeld bij mensen met reuma. Zij hadden minder pijn en waren minder somber. Maar dat is een uitzondering.
  • Conclusie: Er is nog geen bewijs dat IFS werkt voor allerlei verschillende psychische klachten. Experts zeggen daarom: eerst goed onderzoeken, dan pas juichen.

Kies voor zekerheid

Het is logisch dat de zachte taal van methodes als IFS je aanspreekt. En zoek je gewoon wat meer zelfinzicht? Dan kan het best interessant zijn. Maar heb je serieuze mentale klachten? Ga dan niet experimenteren. Je mentale gezondheid is geen speeltuin. Kies voor methoden waarvan we zeker weten dat ze werken. Een goede therapie hoeft niet hip te zijn. Hij moet vooral veilig zijn.

LET OP: Startpagina geeft geen medisch advies. Raadpleeg bij gezondheidsklachten altijd een arts.