Waarom veranderd de onderlinge samenhang van Atomen/Moleculen als het stof kouder of warmer word?

Vanwaar die faseovergang?
Van vast naar vloeibaar en van vloeibaar naar gas en andersom enz…
Hoe komt het dat al die stoffen een beter of slechtere onderlinge samenhang krijgen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Hoe hoger de temperatuur wordt, hoe sneller de atomen/moleculen gaan bewegen. Deze bewegingen zijn een soort trillingen, die ieder atoom heeft. Hoe sneller deze trillingen gaan, hoe meer ruimte zo'n atoom in gaat nemen. Als het meer ruimte in gaat nemen, komen de atomen of moleculen verder van elkaar af te zitten. Als de moleculen verder uit elkaar gaan zitten, verandert de stof van fase en gaat deze van vast naar vloeibaar en van vloeibaar naar gas. Andersom geldt dit ook. Een andere grootheid die voor faseovergangen kan zorgen is druk: hoe meer druk, hoe dichter de atomen op elkaar zitten. Als de druk groter wordt, gaat de fase van gas naar vloeibaar naar vast. Ook dit geldt andersom hetzelfde.

In een vaste stof zitten de moleculen of atomen op een vaste plek. Ze zijn niet chemisch gebonden maar hebben andere onderlinge aantrekkingsmechanismen waardoor ze ten opzichte van elkaar op dezelfde plek blijven zitten. Wel trillen ze. Als je energie toevoegt aan de vaste stof, bijvoorbeeld door verwarming, dan nemen de moleculen of atomen deze energie op door harder te gaan trillen en elkaar zo wat verder weg te duwen. De stof zet zo wat uit. Aan de buitenkant voel je dit hardere trillen want dat is warmte. Als maar genoeg energie wordt toegevoegd wordt de onderlinge afstand tussen de atomen/moleculen op een bepaald moment zodanig groot dat de onderlinge aantrekkingskrachten niet meer houden. De atomen/moleculen raken dan los uit hun verband en dat is vloeistof. Hierbij hebben onderlinge aantrekkingskrachten nog wel effect want ze blijven nog wel bij elkaar. Maar de onderling afstand en beweeglijkheid zijn te groot om elkaar vast te houden. De temperatuur waarbij dit gebeurt verschilt per stofsoort en hangt vooral af van de vorm van de atomen/moleculen want die bepaalt hoe stevig de onderlinge aantrekkingskrachten zijn. Nog verdere energietoevoeging leidt ertoe dat de trilling zodanig sterk wordt dat de onderlinge aantrekkingskracht helemaal geen vat meer hebben. Dan vliegen de moleculen/atomen alle kanten op en zijn dus gasvorming geworden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100