Hoe onstaat een virus.

Stelde net ook al de vraag maar haalde wat dingen door elkaar.

Maar hoe ontstaat nou een virus.
Hoe ontwikkelt het zich van een onschuldige griepje van volgens tot een dodelijke variant voor de mensen.
En onder wat voor omstandigheden past het zich aan?

Kortom hoe muteert een virus zich, waarom muteert die zich, en wat gebeurt er precies met dat virus als die zich muteert?
Alle extra toevoegingen zijn welkom.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Deze vraag is lastig te beantwoorden. In diverse fora is hij ook gesteld en er wordt dan ook wel antwoord op gegeven, maar de kern van de vraag wordt niet helemaal beantwoord nl.; HOE? ontstaat een virus? Maar misschien heb jij wel iets aan de informatie. http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?showtopic=5714

Een virus is vaak niet veel meer dan een stukje RNA in een mantel. De mutatie zit meestal in het "uiterlijk" van de mantel om het virus waardoor je immuunsysteem in de war raakt. Ook de snelheid waarmee een virus aanvalt en cellen deelt kan verschillen. Een virus is gevaarlijk omdat het je eigen cellen (die je dus nodig hebt) overneemt. Als dat heel aggressief gebeurt zijn er twee nadelen: 1 Je eigen lichaam wordt plat gelegd en begint uit te vallen. 2 Het virus zal zich ook sneller op andere gastheren kunnen verspreiden. Daarmee wordt het een gevaarlijk virus. Een mild virus is langzamer, minder aggressief zowel in verspreiding als in de manier waarop het je lichaam aanvalt. Je lichaam zal makkelijker "winnen" en de verspreiding gaat langzamer.

dank je voor deleten. Ik had net een antwoord getikt :| Virussen ontstaan door replicatie van andere virussen Ze delen zich en zo komt er een nieuwe. Bij het delen wordt het DNA uitgelezen, en gebruikt om een nieuwe streng te maken, zodat de twee nieuwe vuirussen allebei het DNA hebben. Foutjes tijdens het lezen en schrijven leiden tot mutaties. Deze mutaties leiden tot een meestal niet merkbare, verandering van het virus. Echter, soms zijn er groterte of belangrijkere fouten welke duidelijke eienschappen veranderen. Hierdoor kan een compleet nieuwe streng ontstaan. Daarom moeten griep inentingen zo vaak opnieuw: Het is een nieuwe variant. En ja. Dan is het mogelijk dat er enen echt gevaarlijke variant ontstaat.

Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal (dit kan zowel RNA of DNA zijn), gewoonlijk ingesloten in een omhulsel van eiwit. Soms is er ook nog eens een enveloppe, een membraan (een dubbele fosfolipidenlaag) en glycoproteïnen. Dit laatste komt enkel voor bij de dierlijke virussen. Een virus behoort niet tot de levende organismen en hangt dus af van het metabolisme van een andere cel. Ook voor de voortplanting heeft het virus de hulp nodig van een gastheerorganisme. Een virus koppelt zich aan een cel, en injecteert daarin het eigen erfelijk materiaal of versmelt met de cel. Dit laatste noemt men endocytose. Het heeft als voordeel dat de weinige virale enzymen ook in de cel binnengebracht worden. Het gebeurt vooral bij de dierlijke virussen met een enveloppe, de membranen versmelten vrij gemakkelijk. Elk virus kent een specifieke celsoort waarmee de interactie wordt aangegaan; er is een nauwe range van gastheren. De eiwitmantel van het virus zorgt er voor dat het virus aan een geschikte gastheercel hecht. Binnen in de gastheercel geeft het erfelijk materiaal van het virus de opdracht om nieuwe virussen te maken. Een virus kan zich alleen vermenigvuldigen als het zich in een levende (gastheer)cel bevindt en leidt in veel gevallen tot de dood van de gastheercel (lysis ofwel het uiteenvallen van de cel dan wel celdood apoptose of necrose) of zelfs de dood van het meercellig organisme waar de cel deel van uitmaakt, al kan een virus ook nuttige genen inbrengen in een pro- of eukaryoot

Het kan zijn dat sommige virus-varianten in een laboratorium zijn ontstaan, maar alle virussen hebben uiteindelijk een natuurlijke oorsprong. Virussen zijn mogelijks zelfs de alleroudste levende wezens, hun bouw is zo eenvoudig dat sommigen hen zelfs niet als levende wezens beschouwen maar ergens aan de grens (het begin) van het leven. Ze bevatten een heel beperkt aantal genen (de eenheden van erfelijke informatie in levende wezens), sommigen hebben slechts één enkel gen (ter vergelijking: de mens heeft ongeveer 30.000 genen). Door mutaties in de genen van virussen kunnen makkelijk nieuwe varianten ontstaan, bijvoorbeeld een virus dat normaal alleen apen, varkens of vogels kan besmetten verandert in een "nieuwe" variant die ook mensen kan besmetten. Mutaties grijpen in de natuur plaats, maar kunnen ook in laboratoriumomstandigheden uitgelokt worden.

Bronnen:
http://www.ikhebeenvraag.be/vraag/12429

Een virus is een levend wezen net als een walvis, een plant of regenworm. Levende wezens komen voort uit levende wezens, ze ontstaan niet zo maar. Om dat te doen heeft een virus een levende cel nodig: een spiercel, plantencel, een bacterie. Het virus gebruikt de machinerie van de cel om nieuwe virussen te maken, honderden of duizenden tegelijk. Op een bepaald moment knapt de cel en schieten de virussen naar buiten. Zo ontstaan virussen die de volgende cellen infecteren. Bij het maken van al die virussen worden foutjes gemaakt. Meestal zijn foutjes fataal voor het virus maar soms wordt het er sterker van. Dat is een verandering in de werking van het virus. Dat is een mutatie. Er komen meer van die "nieuwe" virussen en minder "oude". Zo werkt de evolutie, ook bij ons mensen en alle andere levende wezens. Het virus past zich niet aan, het muteert zich niet. In een bepaalde omgeving worden, bij het maken nieuwe virussen of olifanten, foutjes gemaakt die zorgen voor meer nakomelingen. En omgekeerd zorgen andere foutjes juist voor minder. Wat overblijft zijn virussen die steeds meer nakomelingen krijgen tenzij de gastheer daar iets tegen doet. Dat heet resistentie en dat krijg je onder andere door vaccinatie. Tegen de griep moeten er elk jaar nieuwe vaccines gemaakt worden omdat het griepvirus ook steeds verandert. Dat _doet_ het virus niet, dat _overkomt_ het virus. Kortom: een virus maar ook een olifant en een mens muteert zichzelf niet. Dat een virus opeens dodelijk wordt is toeval. Dat is voor het virus ook niet goed want dan gaan de gastheren dood. Wat na vele generaties overblijft zijn virussen en olifanten of mensen die er alleen kriebelhoest aan overhouden. Stel dat een menselijk verkoudheidvirus opeens een olifantenvirus wordt, dan krijgt de olifanten een enorme loopneus. Het is toeval als het gebeurt maar het kan zo maar gebeuren, net de vriendenloterij.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100