Vanaf welke leeftijd denken kinderen na over 3D dingen buiten hun gezichtsveld?

Bijvoorbeeld een kind dat nadenkt en vragen stelt over waar het regenwater in een straatput heen gaat. Of wat er zich onder, boven of naast hem/haar in de ruimte zal bevinden.
Kleine kinderen hebben alleen besef van de wereld die direct in hun gezichtveld ligt. Ze leven in een 3D-box.
Het gaat om het moment waarop de meeste kinden het besef krijgen dat ze in een 3D wereld leven die zich onder, boven en naast hun bevindt. Het 3D-out-of-the-box denken zeg maar!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dit 'denken' gebeurt niet van de ene op de andere dag. Als kinderen scheidingsangst hebben dan denken ze dat als de ouder/verzorger weg is dat hij niet meer bestaat. Als het kind ongeveer één jaar is, beseft het dat mensen/dingen ook nog bestaan als ze buiten het gezichtsveld zijn of zich in een andere ruimte bevinden. Vanaf ongeveer zes jaar begint het kind wat concreter te denken. Het hoeft niet alles meer in beeld te hebben als het over dingen denkt of praat. Het hoeft bijvoorbeeld niet meer de dingen aan te wijzen als het telt, het krijgt getalbegrip en weet relatie te leggen tussen oorzaak en gevolg. De vragen over oorzaak en gevolg horen bij deze ontwikkelingsfase. Vanaf twaalf jaar kunnen kinderen abstract gaan denken en redeneren, ze doorgronden dan theorieën en kunnen dan oplossingen bedenken. Als ik jouw vraag goed interpreteer, denk ik dat je de fase bedoeld vanaf zes jaar. Waarbij kinderen aan ouders, leerkrachten, etc. vragen kunnen stellen over zaken die zij elders waargenomen, hebben, niet begrijpen en daarom om uitleg vragen. In de cognitieve ontwikkeling (de ontwikkeling van het denken) wordt deze fase ook wel de concreet operationele fase genoemd. De fase van het abstracte denken wordt ook wel de formeel operationele fase genoemd. Bij deze fase wordt gezegd 'vanaf twaalf jaar', maar hierbij moet opgemerkt worden dan niet ieder mens deze fase bereikt.

Bronnen:
Handboek ontwikkelingspsycholgie - L...

Dat hangt af van intelligentie en ervaring. Sommige ervaringen kunnen een stimulans zijn.

Waarom doen ouders kiekeboe spelletjes bij kinderen? Niet alleen omdat het leuk is, maar het is erg nuttig. Op die manier leert een kind, dat als hij iets niet ziet ,het niet helemaal weg is én dat het ook weer terug komt. Dat is goed om te weten, als je moeder de kamer uit loopt, ze komt weer terug. De volgende stap is het gaan beseffen dat er buiten die deur nog vanalles is, dat is er al voordat ze kunnen praten en dat kunnen vragen. Als eerste zullen ze snappen dat er de gang is achter de deur, die gang kennen ze, die link kunnen ze leggen. en volgende stap is beseffen dat er ook dingen zijn die je niet kan zien, zoals het riool onder de put. Vanaf welke leeftijd dat is is natuurlijk erg afhankelijk van de ontwikkeling van het kind maar ik denk dat je met rond de 3-4 jaar aardig in de richting zit. Dan zullen ze jouw uitleg ook gaan begrijpen en als je dan met een boekje dingen laat zien, kan het duidelijk voor ze worden.

Voor het vergelijken van de ontwikkeling van kinderen wordt veel gebruik gemaakt van de stadiamodellen van Piaget. Deze modellen zijn natuurlijk richtlijnen en gemiddelden; er zijn kinderen die bepaalde stadia sneller of juist minder snel bereiken. Antwoord geven op jouw vraag kan aan de hand van deze modellen; Het besef van een kind dat er zaken bestaan buiten het gezichtsveld heet 'objectpermanentie'. In de leeftijdsgroep van 0-2 jaar is er nog geen (volledige) objectpermanentie; er is geen besef van alles buiten het gezichtsveld van het kind. Kinderen leven als het waren in het hier en het nu. De ontwikkeling van de objectpermanentie vindt plaats tussen 18 en 24 maanden. Zodra een kind objectpermanentie hééft ontwikkelt, gaat het officieel naar een volgend stadium in het model van Piaget. Nu beseft het dat regenwater érgens heen moet lopen, en niet simpelwel 'verdwijnt' in de putdeksel. Dit is ook het moment dat een kind gaat zoeken naar een bal, als je die in een kast hebt verstopt. Tot die tijd is een verstopte bal, gewoon weg. Feitelijk kan een kind dus dergelijke vragen gaan stellen, vanaf het moment dat het objectpermanentie ontwikkeld heeft. Echter, op dat moment kan het kind net zinnetjes maken met 2 woorden erin. Er is dus een onderscheid tussen het moment waarop het kind beséft dat het water ergens naartoe moet gaan en het moment waarop het kind het ook kan vragen; Het kind wordt dus als het waren weerhouden van het stellen van die vraag tot het taalbegrip voldoende ontwikkeld is. Pas op een leeftijd van 3-4 jaar stelt een kind veel van dergelijke vragen.

Als kinderen geboren worden hebben ze een optimaal "bedraad"netwerk van synapverbindingen tussen de hersenen. Vrij spoedig worden niet gebruikte synapsen opgeheven, vandaar dat het heel nuttig is , reeds pasgeboren kinderen ALS ZE WAKKER ZIJN veel speelse en diverse indrukken aan te bieden, zolang ze het leuk vinden. Er zijn sterke aanwijzingen dat dan meer van de oorspronkelijke synaptische verbindingen in stand blijven. Mede die bepalen het vermogen voor een kind het" 3D out of the box " beleven, te ondersteunen. (vergelijkbaar met het kunnen zwemmen van pasgeboren baby's wat ze later weer verleren, alhoewel dat meer op reflexen gebaseerd is) Tussen een en drie jaar zal het kindje 3 D kunnen behappen, de propiocepsie (besef waar een lichaamsdeel is zonder dit waar te nemen) oa. benodigd voor het lopen vergt de ontwikkeling van diepte zien en inschatten. De "kinderachtige" spelletjes als kiekeboe(!) zijn zeer geschikt om tal van vaardigheden aan te leren die nodig zijn voor 3D. Het is echter sterk nature en nurture afhankelijk, maar dus wel positief te beinvloeden! Veel spelen met je kleine is dus in alle opzichten een aanrader.

Dat heeft te maken met de rijping van de hersenen, die na de geboorte natuurlijk nog lang niet klaar is. Rond een maand of zes tot negen leren kinderen dat dingen die ze niet zien er niet niet meer zijn, maar ergens anders kunnen zijn. Dat mama weer terugkomt als ze de kamer uitloopt, en dat een gezicht achter een zakdoek niet verdwijnt, maar ergens achter die zakdoek moet blijven. Dat is dan ook bij uitstek de leeftijd voor kiekeboe-spelletjes en eenkennigheid. Een kind van 4 maanden gaat niet op zoek naar een speeltje dat ineens verdwenen is ; een kind van een paar maand ouder gaat onder een dekentje zoeken of om zich heen kijken, of geeft in elk geval aan te merken dat er iets niet in de haak is. Dat is dus het moment waarop ze zich realiseren dat de wereld groter is dan die paar meter om hen heen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100