Hoe wordt in de praktijk functionele zelfstandigheid aan een ambulanceverpleegkundige verleend?

Op grond van de wet BIG, moet aan onder andere ambulanceverpleegkundigen door een arts opdracht worden gegeven om bepaalde voorbehouden handelingen bij patiënten te verrichten. Dat wordt bij ambulanceverpleegkundigen middels functionele zelfstandigheid geregeld, zodat zij niet voortdurend door een bevoegde arts gecontroleerd hoeven te worden. In het Besluit Functionele Zelfstandigheid is vastgesteld dat ambulanceverpleegkundigen bekwaam wordt geacht om bepaalde specifieke voorbehouden handelingen te verrichten (zoals het verrichten van subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie en het verrichten van catheterisatie). Paragraaf 1.8 van nr. IV.03 in het vademecum van de KNMG ('Voorbehouden handelingen in de praktijk') leert ons echter dat dit besluit niet de vereiste opdracht van een bevoegde arts vervangt.

Mijn vraag is nu hoe ik die vereiste opdracht van een arts in de praktijk voor mij moet zien. Welke arts geeft deze toestemming? Dan zal niet een willekeurige arts zijn (zo blijkt overigens ook al het document van KNMG). En wordt die toestemming dan bijvoorbeeld per ambulanceregio verleend voor een bepaalde tijd? Of daadwerkelijk per verpleegkundige? Hopelijk is er iemand aanwezig die hier kennis van heeft.

Weet jij het antwoord?

/2500

"In de Wet BIG is een aantal voorbehouden handelingen omschreven. In het Koninklijk Besluit Functionele Zelfstandigheid (29 oktober 1997) worden handelingen benoemd die ambulanceverpleegkundigen (en verpleegkundigen alsmede mond- hygiënisten) functioneel zelfstandig mogen uitvoeren. De wetgever heeft er bewust voor gekozen de lijst met voorbehouden handelingen beperkt te houden. Zij verwacht dat in de betreffende zorginstellingen, individueel of gezamenlijk, een analyse wordt gemaakt welke risicovolle handelingen zich (kunnen) voordoen. Deze vallen vervolgens onder hetzelfde regiem als die welke in de wet (en het voornoemde Koninklijk Besluit) expliciet worden genoemd. In de ambulancebranche is een deel van de risicovolle handelingen onder meer uitge- werkt in het Leerboek Handelingenschema’s. De ambulanceverpleegkundige mag op grond van de Wet BIG én het Besluit Functionele Zelfstandigheid zonder toezicht of tussenkomst van een arts handelen. Dit is overigens beperkt; het is namelijk geen zelfstandige bevoegdheid (zoals de arts -mits BIG geregistreerd- zelf heeft) maar als het ware een afgeleide. De wetgever gebruikt hiervoor het begrip “functi-oneel zelfstandig”. Het handelen van de ambulanceverpleegkundige vindt ‘de jure’ in opdracht plaats: het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) en regionale protocollen, richtlijnen en werkinstructies worden in dezen namelijk als ‘opdracht’ beschouwd. Het ‘toezicht’ en de (mogelijkheid tot) ‘tussenkomst’ vindt niet direct en/of persoonlijk plaats, maar krijgt op een andere wijze vorm, namelijk in en via het LPA, alsmede regionale protocollen, richtlijnen en werkinstructies en door de 24/7 bereikbaarheid van de MMA voor consultatie. De functionele zelfstandige bevoegdheid wordt aan de ambulance-verpleegkundige toegekend op grond van het behaalde diploma ambulanceverpleegkundige. De beroepsbeoefenaar wordt -naast alle andere aspecten uit het CZO-profiel van de ambulanceverpleegkundige- tevens (initieel) bekwaam geacht op basis van datzelfde diploma. De vervolg-bekwaamheid, zowel op alle onderdelen van het profiel als voor wat betreft protocollen, voorbehouden en risicovolle handelingen, is daarmee nog niet geregeld." . . Ik heb hier geen kennis van maar heb bovenstaand antwoord opgezocht. Document Fundament_Bekwaamheidsbeleid_AVP_2015_def.pdf van www.ambulancezorg.nl. Het lukt me niet om de link te plaatsen.

Toegevoegd op 21 maart 2021 05:46: tekst

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100