Is het '18 seconde' of '18 seconden'?

In het wiskunde boek staat '18 seconde', maar ik dacht altijd dat het 18 seconden was. Wat is het nou? Want ik twijfel in beide gevallen.

Toegevoegd na 8 minuten:
Ik zie nu dat het seconden is, maar misschien ligt het hem ook wel aan de vraag opzich, aan hoe het in de vraag is gebruikt. De vraag is als volgt:

Janneke en Ronald stappen op hetzelfde moment in een reuzenrad. Janneke stapt in rad I en Ronald in rad II. Bereken voor de volgende situaties telkens na hoeveel seconden (< hier staat dan wel weer seconden) ze voor het eerst weer tegelijk beneden zijn.

A) Periode rad I is 18 seconde en periode rad II is een halve minuut.
B) Periode rad I is 15 seconde en periode rad II is 50 seconde.
C) Periode rad I is 1 minuut en 15 seconde en periode rad II is 2 minuten.

Ligt 't 'm aan de vraag dan?



Bron: Getal en Ruimte Wiskunde 3 VWO deel 2, Hoofdstuk 8, som 32.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

18 seconden is correct.

Bronnen:
http://www.encyclo.nl/begrip/SECONDES

Mij lijkt het 18 seconden, omdat het meerdere seconden zijn. Aan de andere kant is dit net zo iets als pannenkoeken of pannekoeken, frikadel of frikandel.

je zegt dan wel het is 2 uur maar dat is een tijdstip op de dag, 18 seconden het is geen tijdsbepaling, het is een tijdsduur meer niet en het is meervoud.

je zegt vrij snel seconde, seconden is echter correct.

Het is 18 seconden. Daar is taalkundig wel iets over te zeggen, want het is 18 jaar of drie kwartier, dus het is niet helemaal regelmatig. Grammaticaal gezien is dit enigszins uitzonderlijk. Normaal gesproken staat in een combinatie van een telwoord (zoals twintig) en een zelfstandig naamwoord dat een of andere tijd aanduidt (zoals minuut) het zelfstandig naamwoord in het meervoud. We zeggen dus: een paar seconden, twintig minuten, zoveel maanden, hoeveel eeuwen. Er is echter een categorie woordcombinaties waarbij dit niet opgaat. Het gaat hierbij om de woorden jaar, uur en kwartier, voorafgegaan door een van de bepaalde telwoorden twee, drie, vier, etc., of door een van de onbepaalde telwoorden hoeveel, zoveel en een paar. In dergelijke combinaties blijft het tijdsaanduidend zelfstandig naamwoord in het enkelvoud staan. Voorbeelden: twintig jaar, een paar jaar, hoeveel uur, drie kwartier. Woorden als enkele en vele vallen buiten bovengenoemde categorie; daarom is het enkele jaren en vele uren. (In regionaal taalgebruik spreekt men overigens ook wel van drie maand, maar drie maanden is standaardtaal.) De combinatie twintig jaren is wel mogelijk, maar alleen in bepaalde contexten. Als we bijvoorbeeld de nadruk willen leggen op een bepaalde (meestal als vervelend ervaren) tijdsduur, kunnen we zeggen: 'Hij heeft twintig jaren onschuldig in de gevangenis gezeten'; dit is dan een stilistische keuze. En ook als er een bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat, volgt er een meervoud: 'Hij zat twintig lange jaren in de gevangenis.' Toegevoegd na 14 uur: Naar aanleiding van je toevoeging: in die opgave is het gewoon verkeerd gebruikt. Daar wordt een zin in het enkelvoud opgesteld (de periode is) en voor het gemak wordt daar maar 'seconde' ook in enkelvoud achter gezet. Ga er (helaas) maar van uit dat een wiskundeboek niet alijd in correct Nederlands is geschreven.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/jaren.php

Het is 18 seconden, seconde is enkelvoud en seconden is meervoud

Het meervoud van seconde kan zowel seconden als secondes zijn. Beide is goed. Het is dus: 18 seconden of 18 secondes. Kijk maar in 'Het Groene Boekje', de officiële woordenlijst Nederlandse Taal.

@Kruidenvrouwtje was mij voor met de dubbele meervoudsvorm seconden of secondes. Gevolg daarvan is dan ook dat het niet moet zijn secondenwijzer maar secondewijzer, want: als er meerdere meervoudsvormen zijn, dan vervalt de tussen-n (die er in pannenkoeken wèl in hoort).

Seconde is een meeteenheid, en wel voor tijd. De voorkeur is dat meeteenheden geen meervoud kennen. Dus 1 ampère, 2 kilometer, 3 Joule, 4 Kelvin, 5 Lumen, 6 Volt enzovoort. De reden is, dat het altijd gaat over continue grootheden. Meervoud is dus eigenlijk onzin. Bij telbare grootheden is er wel meervoud, 1 appel, 2 appels. Dan heeft het zin. In het Engels gaat het anders (helaas).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100