Weet iemand van wie dit (deel van het) gedicht in het Drents is?

Staot in winterlocht twei bommen stram en stief en kaal en bange,
heurt zij dan de störm ankommen slöt de ien zien oren, ogen
en dreumt dat e een zwalvie is. Grep de aander met zien wörtels
nog wieder in de zwarte grond en zöcht naor water wat daor is.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Oorspronkelijk is het gedicht van Huub Oosterhuis. Twee bomen Staan in winterlicht twee bomen stram geslagen kaal wanhopig. Horen zij de storm aan komen sluit de een zijn oren ogen wordt een zwaluw in zijn dromen. Grijpt de ander met zijn wortels in nog onderaardser donker naar nog dieper waterstromen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100