Hoe letterlijk of figuurlijk/ zou Jezus deze citaten van Marcus,Lucas enMatteüs bedoeld kunnen hebben hier ? ( zie ook toelichting)

PS , geen discussie of überhaupt een bijbel waarheidsgehaltes bevatten KAN of bewijzen, waar dan ook voor, want ook ik kan googlen/andere manieren van "kijk-lees vergelijk en leer" oefeningen :)

Hier vergelijkingen: http://www.nbv.nl/vertaalaantekeningen/?cid=spec.4)

Beetje kennis dat ik van bijbel heb , komt/ kwam niet vaak overeen met "mijn gevoel van rechtvaardig, logica, liefde."
Strekkingen soms wel omdat deze op aarde met ook haar grondwetten bekend zijn en de overeenkomsten m.b.t. de vele landen en culturen , soort basis geven van "goed fout ( geweten).

Zo lezende (zelf meer affiniteit met beeldtaal of symboliek)
pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’En vervolg ook daar verder daar.( verder hier nu in reactie hieronder op GV :))
‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
24 De leerlingen schrokken van zijn woorden.Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan

Weet jij het antwoord?

/2500

Ik geloof dat Jezus dit letterlijk bedoelde, want hij zegt verderop ook dat het voor mensen onmogelijk is om gered te worden, maar dat bij God niets onmogelijk is. Ik denk dat het, als je rijk bent, heel moeilijk is om te zien dat je Jezus nodig hebt als redder en dat Hij het allerbelangrijkste is, omdat je als rijke heel veel bezittingen hebt, die je ook belangrijk vindt, en die je kunnen helpen in het leven om te krijgen wat je wil. Daarom denk ik dat het moeilijker is voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. Ik denk niet dat iedereen alles wat hij bezit moet verkopen, ik denk wel dat je bereid moet zijn alles weg te geven als God dat vraagt. Ik denk ook dat je wel een gedeelte weg moet geven, om zo je rijkdom te delen en Gods liefde te laten zien, en ook om te voorkomen dat je vast komt te zitten aan je geld. Ik denk dat hetzelfde een soort van geldt voor je familie en vrienden, ik denk niet dat je ze zomaar moet verlaten, maar ik geloof wel dat je Jezus op één moet zetten, dus ook boven hen. Dit betekent ook dat als God je vraagt om je huis en familie te verlaten, je bereid moet zijn dit te doen. Zolang hij dit niet vraagt, mag je uiteraard wel bij je familie blijven :), zolang Jezus maar op nummer één staat. Ik hoop dat dit een antwoord is op je vraag.

JEZUS zei eens tegen een rijke jonge regeerder dat hij al zijn bezittingen moest verkopen en aan de armen moest geven. Het verslag zegt dat Jezus’ woorden hem verdrietig maakten en dat hij bedroefd heen ging, „want hij had vele bezittingen”. Jezus zei toen tot zijn discipelen: „Hoe moeilijk zal het zijn voor hen die geld hebben, het koninkrijk Gods binnen te gaan!” Hij voegde eraan toe: „Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke het koninkrijk Gods binnen te gaan.” — Markus 10:21-23; Mattheüs 19:24. Wat bedoelde Jezus hiermee? Kunnen rijkdom en aanbidding niet samengaan? Moeten christenen zich schuldig voelen als ze geld bezitten? Vraagt God van hen dat ze een in materieel opzicht sober leven leiden? God aanvaardt „alle soorten van mensen” In oude tijden eiste God niet van de Israëlieten dat ze in armoede leefden. Beschouw eens het volgende: Nadat het volk het land in bezit had genomen dat hun was toebedeeld, hielden ze zich bezig met landbouw en zakendoen om te voorzien in het levensonderhoud van henzelf en hun dierbaren. Factoren als economische omstandigheden, het weer, gezondheid of zakelijk inzicht zouden van invloed zijn op het succes van hun inspanningen. De wet van Mozes droeg de Israëlieten op medeleven te tonen wanneer iemand in financieel opzicht schade leed en arm werd (Leviticus 25:35-40). Aan de andere kant werden sommigen rijk. Boaz, een gelovig en rechtschapen man die een voorouder van Jezus Christus werd, wordt beschreven als „een zeer vermogend man”. — Ruth 2:1. Toen Jezus met de rijke man sprak die in het begin werd vermeld, was het niet zijn bedoeling aan te moedigen tot ascetisme. De les die Jezus leerde betreffende de rijke jonge regeerder wijst elke christen op het gevaar van de krachtige greep die geld en bezittingen op iemand kunnen hebben. — Markus 4:19. Hoewel rijkdom op zich in de bijbel niet wordt veroordeeld, is dat met de liefde voor geld wel het geval. De bijbelschrijver Paulus zei: „De liefde voor geld is een wortel van allerlei schadelijke dingen.” Hij merkte op dat door geestelijke belangen in te leveren vanwege een verlangen om rijk te worden, ’sommigen van het geloof zijn afgedwaald’. — 1 Timotheüs 6:10. Hoe ze er in financieel opzicht ook voor staan, christenen moeten trachten ’zich te vergewissen van de belangrijker dingen’ (Filippenzen 1:1) - Geestelijke waarden (1 Timotheüs 6:19).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100