Hoe onafhankelijk is het Kroonberoep?

Voorbeeld. Er is laatst een Kroonberoep geweest van de Staatssecretaris die over asielzoekers en verblijfsvergunningen gaat. Dat beroep was gericht tegen een uitspraak van de bestuursrechter over 2 Armeense kinderen De bestuursrechter vond, dat ze mochten blijven, maar de Kroon vond, dat de Staatssecretaris ze mocht uitwijzen. De Kroon is de Koning. De Koning en de Ministers vormen samen de regering. De Koning is onschendbaar, de Ministers zijn verantwoordelijk. Kunnen ministers en staatssecretarissen invloed uitoefenen op een Kroonberoep? Als dat zo is, dan is hier geen sprake van onafhankelijke rechtspraak. Of zit het juridisch anders?

Weet jij het antwoord?

/2500

De gerechtelijke uitspraken over het wel of niet verlenen van de asielaanvragen inzake de twee Armeense kinderen L & H. zijn anders dan verondersteld wordt in de gestelde vraag. Een Kroonberoep is de Armeense zaak nooit geweest. In 1994 trad de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking. Hiermee kwamen de Wet Arob en de Tijdelijke wet Kroongeschillen te vervallen. Bij de afschaffing van het Kroonberoep werden twee rechtsprekende afdelingen samengevoegd tot de nieuwe Afdeling bestuursrechtspraak. Sindsdien moet eerst beroep bij de rechtbank worden ingesteld waarna hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak mogelijk is. Alleen bij ruimtelijke-ordeningszaken en milieugeschillen kan het anders liggen. Geen enkele bestuursrechter heeft in de Armeense zaak beslist dat de kinderen mochten blijven. In alle procedures heeft een onafhankelijke rechter beslist dat de beslissing van de staatssecretaris om geen verblijfsvergunning te verlenen terecht was en dus op geen enkele manier buiten zijn bevoegdheden heeft beslist. Zo is het gegaan: in een spoedprocedure die gevoerd werd in augustus 2017 oordeelde de bestuursrechter dat de staatssecretaris de Armeense kinderen en hun moeder naar Armenië terug mocht zenden. In ieder geval Nederland mochten worden uitgezet. Maandag 23 april 2018 heeft de bestuursrechter in Utrecht beslist dat de aanvraag verblijfsvergunning op -tijdelijke humanitaire gronden– terecht was afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Daar vloeit dus uit voort dat de kinderen niet in Nederland mochten blijven. Op vrijdag 24 augustus 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak – rechtsgebied Vreemdelingenrecht - van de Raad van State in Hoger Beroep beslist dat de aanvraag namens de kinderen om een verblijfsvergunning te verlenen door de staatssecretaris terecht afgewezen. Dat de staatssecretaris daarna van zijn discretionaire bevoegdheid als uiterste maatregel gebruik heeft gemaakt, staat los van alle voorgaande rechterlijke uitspraken. De staatssecretaris zal er zijn reden voor gehad hebben. In Hoger beroep is de einduitspraak gedaan door de onafhankelijke voorzitter van de Vreemdelingenkamer.Daar komt geen Koning, noch een minister aan te pas. In Nederland wordt met de Kroon de Koning en de verantwoordelijke minister bedoeld bij het uitoefenen van een staatsrechtelijke taak en staat los van de onafhankelijke Afdeling Rechtspraak van de Raad van State.