Wat is de herkomst van het spreekwoord 'Op je paasbest zijn'?

De betekenis is natuurlijk dat je er op je allermooist uitziet. Maar waar komt het spreekwoord eigenlijk vandaan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De term voert terug op het katholieke gebruik waarbij men in elk geval eens per jaar ter communie ging, en wel met Pasen. De paasmis en -communie was zelfs verplicht op straffe van het begaan van een doodzonde. Men kon de communie echter slechts ontvangen in staat van genade. Voordien moest men dus te biechten gaan, waarbij dus de dagelijkse zonden, en in elk geval de doodzonden moesten worden opgebiecht en door de de biecht afnemende geestelijke vergeven worden. Tijdens de paasmis werd gewoonlijk niet alleen het innerlijk, maar ook het uiterlijk in het nieuw gestoken. Sommigen gingen slechts een maal per jaar in bad, en wel bij deze gelegenheid. Los daarvan was het ook de tijd dat het hele huis grondig werd schoongemaakt: de voorjaarsschoonmaak. Het stookseizoen kwam abrupt ten einde -ongeacht het weer of de datum waarop Pasen viel- en de eventuele kolenkachel werd pas in het najaar weer aangemaakt. Nu al deze gebruiken bijna niet meer bestaan wordt het gezegde vooral nog in overdrachtelijke zin gebruikt. Het heeft dan vooral betrekking op het dragen van nieuwe, feestelijke, kleding.

Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Paasbest

In de uitdrukking 'op zijn paasbest gekleed' (eerste schriftelijk vermelding gevonden in 1619) wordt herinnerd aan de vroeger algemene gewoonte zich met Pasen in nieuwe kleren te steken. En die gewoonte bestaat feitelijk nog steeds onder de oudere christenen. (Alleen maakt corona het dit jaar je wel erg lastig om eraan te komen als digitaal bestellen, passen en retourneren niet jouw ding is...).

Bronnen:
http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/paasbest

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100