Hoe moet je een zin ontleden waarin iemand iets zegt?

Bijvoorbeeld:
Hij zegt: 'Ik ga naar de bakker.'

Weet jij het antwoord?

/2500

Ik zou het zelf zo doen: Hij: onderwerp; Wie zegt? Hij Zegt: werkwoord; Wat doet hij? Zeggen, zegt "Ik ga naar de bakker": wat zegt 'hij? Ik ga naar de bakker

Als je redekundig moet ontleden krijg je: Hij (onderwerp) zegt (werkwoordelijk gezegde/persoonsvorm): ‘Ik (onderwerp) ga (werkwoordelijk gezegde/persoonsvorm) naar de bakker (bijwoordelijke bepaling). Je moet het zien als twee aparte zinnen. Dus ‘Hij zegt’ is één zin en ‘Ik ga naar de bakker.’ is één zin. Je gaat beide zinnen ook apart ontleden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100