Hoe schrijf je raazde/raaste?

In zo'n zin: Hij ...... voorbij!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De stam van een werkwoord is eigenlijk niet zo'n duidelijke term. De verleden tijd van zwakke werkwoorden wordt gevormd door de ik-vorm +de, of de ik-vorm +te. De ik-vorm van razen is raas (want het is ik raas) Dan weet je dus al dat het raasde of raaste moet zijn, raazde kan niet voorkomen. Of het +de of +te wordt, is afhankelijk van de laatste letter als je -en van het hele werkwoord afhaalt. Razen zonder -en is raz. Het gaat dus om de z. Als deze letter in 't kofschip (+x) zit, dan wordt het +te, zit hij er niet in, dan wordt het +de. De z zit er niet in, dus wordt het +de. Raasde is het dus.

raaste is het juiste antwoord :)

"hij raasde voorbij"

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/kofschip.php

Hij raasde voorbij! razen Uitspraak: ˈrazə(n) (raasde, heeft geraasd) Werkwoord 1 met hoge snelheid en lawaai bewegen    `het razende verkeer` 2 met veel lawaai laten merken dat je heel boos bent    `razen en tieren` Gevonden op http://www.woorden.org/woord/razen

Het volledig werkwoord is "razen", dus raasde voorbij.

Het hele werkwoord is razen stam is een Z die staat niet in 't kofschip dus komt er DE achter te staan (raasde)

raasde het hele werkwoord is razen, waarvan de staat raas is. Officieel moet je de - en van het hele werkwoord afhalen en kijken of de laatste letter dan in het kofschip staat. Aangezien de z er niet in staat in het met de(n) en omdat je de stam verbeterd tot raas wordt het raasde.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100