Draai voor klassieke weergave

Wat is het nieuwste Woord van het Jaar 2019?

Het Woord van het Jaar is bekend: boomer. Dit woord werd gekozen uit de 19 mogelijkheden in 2019. Het tweede woord werd klimaatspijbelaar met 14.2%, en het derde klimaatdrammer met 9.6%. Taal vernieuwt zich voortdurend. Naast journalisten en schrijvers zijn vooral jongeren er goed in om nieuwe woorden te verzinnen. Sommige beklijven, andere woorden blijken tijdelijk van aard. Het zijn vaak leuke woorden, die straattaalwoorden van jongeren. 

Ben je benieuwd welke woorden zijn toegevoegd aan onze taal? Hieronder een lesje nieuwe woorden!

Wát betekenen die nieuwe woorden?

Eerst het ‘Woord van het Jaar’. Kende je de 19 woorden die genomineerd waren en had jij meteen de betekenis bij de hand? Waarschijnlijk niet. We zetten ze allemaal op een rijtje, in alfabetische volgorde, met uiteraard de uitleg erbij. Met dank aan Van Dale. Een ding valt wel op: het woord Brexit is exit en wordt nergens genoemd!

De woorden van het jaar 2019

  1. Bezorgschaamte: schaamte die iemand voelt omdat de bezorging van een bij een webshop besteld product veel verkeers-, milieu- en andersoortige problemen veroorzaakt.
  2. Boomer (de winnaar): persoon, met name van gevorderde leeftijd, met ouderwetse denkbeelden of conservatieve opvattingen; = fossiel.
  3. Bruisregio: regio rond een grote stad, waar de bevolking groeit en de economie zich sterk ontwikkelt.
  4. Diversiteitsverlof: werkverlof op een zelfgekozen (religieuze) feestdag, met name als onderdeel van actief diversiteitsbeleid van een onderneming of instelling.
  5. Ecopopulisme: het op demagogische manier aandacht vragen voor milieuproblematiek en klimaatverandering, waarbij wordt ingespeeld op angsten, emoties en vooroordelen van het publiek.
  6. Foeigesprek: indringend gesprek van een politiefunctionaris met iemand die een regel of wet heeft overtreden en in voorkomende gevallen ook wel met de (vermoedelijke) daders van een misdrijf.
  7. Klimaatspijbelaar (de nummer 2): leerling die spijbelt van school om de politiek te attenderen op de klimaatproblematiek.
  8. Klimaatdrammer (de nummer 3): iemand die hamert op de noodzaak van – in de ogen van critici draconische – klimaatmaatregelen.
  9. Levensloopstress: stress die werknemers kunnen ervaren als gevolg van gebeurtenissen die zich gedurende alle fasen van hun werkzame leven in hun privésituatie kunnen voordoen.
  10. Luchtvluchteling: iemand, met name een longpatiënt, die vanwege de luchtkwaliteit in zijn woon- en/of werkomgeving verhuist naar een gebied met schonere lucht.
  11. Nulrentoceen: schertsende naam voor een tijdvak waarin spaarders geen rente voor hun spaargeld ontvangen of daar zelfs rente voor moeten betalen.
  12. Plunderpuber: jongere die samen met leeftijdgenoten massaal winkels berooft.
  13. Stalguerrilla: illegale bezetting van veestallen uit protest tegen intensieve veehouderij.
  14. Stekkersubsidie: subsidie van stekkerauto’s in de vorm van fiscale bevoordeling van het bezit en het gebruik daarvan.
  15. Toetertrouwstoet: bruidsstoet waarvan de leden luid toeterend over de openbare weg rijden, waarbij vaak allerlei verkeersregels worden overtreden.
  16. Verthuizen: je huis opnieuw inrichten als alternatief voor verhuizen.
  17. Vleeswroeging: wroeging die iemand voelt die vlees gegeten heeft, omdat hij beseft dat de productie van vlees via intensieve veeteelt leidt tot uitstoot van veel broeikasgassen en daarom slecht is voor het klimaat.
  18. Wiebelpensioen: pensioen waarvan de hoogte afhankelijk is van de rendementen op de beleggingen en investeringen van de pensioenfondsen; = casinopensioen.
  19. Windterreur: als vorm van terreur gepresenteerd extremistisch verzet tegen de bouw van windmolens of de aanleg van windmolenparken.

De vorige woorden van het jaar

Even terug in de tijd. Dan komen we woorden tegen die we al bijna weer vergeten zijn. Of die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we ze in het dagelijkse taalgebruik hebben opgenomen.

Alle vorige woorden van het jaar in een rijtje:
blokkeerfries (2018), appongeluk (2017), treitervlogger (2016), sjoemelsoftware (2015), dagobertducktaks (2014), selfie (2013), project X-feest (2012), tuigdorp (2011), gedoogregering (2010), ontvrienden (2009), swaffelen (2008) en bokitoproof (2007). De verkiezing van het Woord van het Jaar wordt sinds 2003 gehouden. Het woord dat toen won was gamen.

Jongeren en straattaal

Straattaalwoorden zijn soms enorm grappig en goed bedacht. Regelmatig is er een afleiding te herkennen van het Marokkaans of Papiaments. Het is vaak afhankelijk van de locatie: in Amsterdam zijn weer andere woorden in omloop dan in bijvoorbeeld Breda. Ook studenten hebben vaak een eigen taaltje, waaruit weer woorden gebruikt worden in de straattaal. Of andersom! Sommige woorden zijn tijdelijk, andere houden jaren stand.

Nieuwste straattaalwoorden

Loesoe: weggaan. Vroeger zei je ‘later’, of ‘laters!’
Joejoe: zeg je ook als je weggaat. Zo’n beetje de frisse opvolger voor het versleten doei.
Drip: wordt gebruikt als iets er goed uitziet, de goede energie heeft of als iets swag (gelikt) is. 
Gaande: alles wat tof is, alles wat cool is
Saus: toestanden, bijvoorbeeld: wat een ‘saus’ dit weekend 
Tea (ook: juice of saus): dingen die er gebeurd zijn, roddels, drama
Spill: vertel, bijvoorbeeld: spill the tea
Lit: gezellig
Brokko: stuk gaan, lachen
Swag: gelikt, cool, vet
Yusu: serieus
Damsko: andere benaming voor Amsterdam
Roffa: andere benaming voor Rotterdam
Jaxie: andere naam voor voetbalclub Ajax
Fissa: feest
Barkie: 100 euro, vroeger een bankie, 100 gulden in het Bargoens.
Kwijt gaan: vernieuwend en innoverend. Maar het kan ook weggaan betekenen.
Get gaan: verlaten, maar het kan ook wegsturen zijn. Ga get man!
Loeven: voelen, maar dan met verwisselde letters. Bewonderen, mooi vinden.
Bedeien: Papiaments voor uitleggen, maar als je iemand bedeidt geef je hem/haar gewoon een grote bek.

Auteur Sarah Saarberg