Bron: Canva. Lang niet iedereen krijgt een hogere reiskostenvergoeding uitbetaald.
Reiskostenvergoeding klinkt als een droge arbeidsvoorwaarde, maar voor miljoenen reizende werknemers en ondernemers maakt het elke maand een flink verschil uit. Je tankt, betaalt parkeerkosten of koopt een treinkaartje en ziet de kosten fors oplopen. Toch blijft een hogere vergoeding achter. Hoe zit dat?
De maximale onbelaste reiskostenvergoeding is sinds 2024 € 0,23 per kilometer. De Belastingdienst hanteert dit bedrag ook voor 2025 en 2026. Tegelijk heeft het kabinet op 20 april 2026 aangekondigd dat de onbelaste reiskostenvergoeding dit jaar met terugwerkende kracht (vanaf januari 2026) naar € 0,25 per kilometer stijgt, bedoeld als tegemoetkoming voor hogere brandstofkosten.
Verhoging betekent niet automatisch meer geld
Daar zit de belangrijkste verklaring waarom veel werknemers nog niets merken van de aangekondigde verhoging.
De aangekondigde belastingvrije grens bepaalt namelijk alleen hoeveel een werkgever maximaal onbelast mag uitkeren. Werkgevers zijn niet verplicht om dat maximale bedrag ook daadwerkelijk te betalen. Of jij straks 25 cent per kilometer ontvangt, hangt af van afspraken in je arbeidsovereenkomst, cao of bedrijfsregeling.
Werkgevers die nu al 23 cent uitbetalen kunnen besluiten dat bedrag te handhaven. Andere organisaties wachten eerst op definitieve wetgeving voordat zij hun regeling aanpassen.
Bekijk de video >>
Werknemers voelen druk van stijgende kosten
Voor veel forenzen komt de discussie op een gevoelig moment. Brandstofprijzen, onderhoudskosten, verzekeringen en parkeertarieven zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Vooral werknemers die dagelijks tientallen kilometers rijden, voelen dat direct in hun portemonnee.
Het kabinet stelt dat de verhoging naar 25 cent per kilometer bedoeld is om de koopkracht van werkenden te ondersteunen en een deel van de hogere vervoerskosten op te vangen. Daarbij roept het werkgevers expliciet op om gebruik te maken van de extra fiscale ruimte, zodat werknemers daadwerkelijk profiteren van de maatregel.
Praktijk pakt anders uit
Van die extra ruimte merken veel werknemers voorlopig weinig. Uit een enquête van vakbond CNV onder 1.800 leden blijkt dat werkgevers nauwelijks gebruikmaken van de verruimde regeling. Slechts 1 op de 20 werknemers ontvangt sinds de aangekondigde verhoging een hogere reiskostenvergoeding.
Dat is opvallend, omdat het kabinet anderhalve maand geleden bekendmaakte dat de maximale onbelaste vergoeding stijgt van 23 naar 25 cent per kilometer. Volgens het kabinet levert die verhoging een voordeel op dat neerkomt op ongeveer 30 cent per liter brandstof, waardoor een aanzienlijk deel van de gestegen kosten voor noodzakelijk woon-werkverkeer kan worden opgevangen.
In de praktijk wachten veel werknemers echter nog altijd op die compensatie, terwijl de verwachtingen zijn dat de brandstofprijzen de komende periode verder kunnen oplopen, aldus het AD.
Hoeveel scheelt die extra 2 cent?
Op het eerste gezicht lijkt een verhoging van 2 cent per kilometer niet erg royaal. Maar het verschil loopt op jaarbasis behoorlijk op.
Een werknemer die jaarlijks 15.000 kilometer rijdt voor woon-werkverkeer ontvangt bij 23 cent per kilometer maximaal 3.450 euro belastingvrij. Bij een vergoeding van 25 cent stijgt dat bedrag naar 3.750 euro. Een voordeel van ongeveer 300 euro per jaar.
Voor werknemers die dagelijks lange afstanden afleggen, is dat een welkom extraatje. Maar de vraag blijft of daarmee je gestegen reiskosten zijn gecompenseerd
Nog even geduld
Een hogere reiskostenvergoeding voor iedereen lijkt dus onderweg, maar is nog niet overal aangekomen. De fiscale ruimte wordt waarschijnlijk verruimd, maar de uiteindelijke vergoeding hangt af van politieke besluitvorming én van de keuzes die werkgevers maken.
Tot die tijd blijft voor veel werknemers dezelfde vraag boven de markt hangen, als de kosten blijven stijgen, waarom blijft de reiskostenvergoeding dan achter?
Voorlopig lijkt het antwoord vooral te liggen in wetgeving, cao-afspraken en de bereidheid van werkgevers om de extra ruimte daadwerkelijk door te geven aan hun personeel.
Bronnen:
Belastingdienst, FNV, CNV